Gods eigen boekhouder woonde in Barcelona

Barcelona 18oo gezien van de Turó

Barcelona 18oo, gezien vanaf de Turó de la Rovira.

Halverwege de achttiende eeuw begon het El Raval van tuinderijen, kloosters en gildehuizen van uiterlijk te veranderen, door de komst van de textielindustrie. Veel van de fabrieken – de eerste begon in 1738 – specialiseerden zich in indianes (indianas in het Spaans); handbeschilderde of bedrukte katoenen stoffen – bij ons sitsen genoemd- die oorspronkelijk uit het Oosten kwamen, vooral uit India, maar na een Spaans importverbod op stoffen gingen de Catalanen ze maar zelf produceren.

De indianes

De oorspronkelijke aanvoerroutes van indianes naar Zuid-Europa.

 

indianes in hun fabriek

Bazen en werkers in een indianes-fabriek.

De grootste fabriek in Barcelona was die van Erasme de Gònima, vanaf 1783 gevestigd aan de Carrer Riera Alta. In 1791 werkten hier al zo´n duizend arbeiders. In de Spaanse Burgeroorlog veegden bommenwerpers de fabriek van de kaart. Ca l’Erasme, Gònima´s paleis om de hoek (Carrer del Carme 106) bleef gespaard, op de klokkentoren na.

 

Keuterboer

Terug naar 1746. Het jaar waarin Erasme de Gònima (1746-1821) wordt geboren in een landarbeidersgezin in Moià, een dorp in de Bages, op het Catalaanse platteland. Vader Gònima is een keuterboer die bijklust in een lokale linnenweverij. Of andersom.

zakdoek in de jaren 1790 de fabriek van Gòmina totaal

Zakdoekvan rond 1795,  uit de fabriek van Erasme Gòmina.

Net als talloze anderen pakt hij in de jaren vijftig zijn weinige biezen. Op naar Barcelona gaat het, op zoek naar een beter bestaan.
Eenmaal in Barcelona is er voor een school voor Erasme tijd noch geld. Kinderen van arbeiders zijn óók arbeiders. Als elfjarige reeds zwoegt Erasme in een textielmolen in de Carrer del Tallers Al snel is hij een ware expert in het verven van stoffen. In zijn schaarse vrije uren (de arbeiders toen werkten minimaal twaalf uur per dag) leert hij zichzelf lezen en schrijven en ook de Franse taal doet hij er even bij.

Als elfjarige zwoegt Erasme al in een textielmolen

Erasme schopt het tot technisch directeur van het bedrijf. In 1766 trouwt hij op stand, met de dochter van een textielfabrikant uit Manresa.

De haven van Barcelona 1746

De haven van Barcelona rond 1746, geboortejaar van Erasme de Gònima.

De ambitieuze– en al lang niet meer arme –   arbeider wil echter meer: een eigen zaak. Hij koopt een lap grond aan de Carrer del Carme en begint daar in 1783 een fabriek aan huis, een casa-fàbrica, een populaire vorm van thuiswerken in het El Raval van die tijd.

 

Paleis van de eigenaar

Het bestempelen van indianes

Het stempelen van indianes.

Casa-fàbrica. Het klinkt bescheiden, maar dat is het vaak niet. De huisfabriek van Gònima begint met een plein. Daaromheen gegroepeerd staan de fabrieksgebouwen, de kantoren en de woninkjes van de arbeiders. Plus het natuurlijk wel iets (veel) groter uitgevallen Palau de l’amo, het Paleis van de eigenaar.

Gònima´s fabriek sluitingstijdtekening

Helemaal niet moe! Vrolijke arbeiders na een lange dag werken in Gòmina´s fabriek.

Al in 1785 blijken de fabriekshallen toch klein. Om de hoek in de Carrer de la Riera Alta opent Gònima een grotere fabriek. Tussen oud- en nieuwbouw moet een arbeiderskolonie komen met negentig woningen, maar dat plan mislukt grotendeels.
Voor zichzelf koopt onze vroege Eusebi Güell een landgoed bij Sant Feliu de Llobregat, vlakbij Barcelona. Gònima bouwt er een herenhuis, waar hij voortaan de zomers doorbrengt en mega-feesten organiseert.

Versailles van don Erasme
Ware volksfestijnen zijn dat, weten we dankzij Rafael d’Amat, de baron van Maldà. Deze conservatieve aristocraat pent tussen 1746 en 1819 duizenden pagina´s vol over het dagelijkse leven in Barcelona. Halverwege de jaren negentig nodigt Gònima veelschrijver Rafael  uit voor een van zijn happenings.

landhuis in Sant Feliu de Llobregat circa 1900

Het landhuis van Erasme de Gòmina op een foto van rond 1900.

De baron valt van de ene verbazing in de andere. Het begint al op weg naar wat hij spottend het ‘Versailles van don Erasme’ noemt. Half Barcelona is onderweg naar het feest, zo lijkt het; te paard, per koets of gewoon lopend.

Half Barcelona is onderweg naar het feest

Eenmaal ter plekke verbaast hij zich over het gigantische knal- en vuurwerk dat Gònima laat afsteken. Maar het meest windt de parmantige baron zich op over een deel van de gasten. Tussen het gebruikelijk hoge volk springen namelijk ook Gònima’s arbeiders rond!

 

Koning Karel

Of ze er alle duizend waren, vermeldt de baron natuurlijk niet. Zoals we zoveel niet weten over het leven van Erasme de Gònima, toch een belangrijke meneer in het Barcelona van zijn tijd. Ook opmerkelijk: er is van de man geen enkel portret bewaard gebleven.

Gònima´s torenblogWat we wél hebben, is de foto hiernaast, van de klokkentoren die Gònima op zijn paleis laat zetten, de eerste burgertoren van Barcelona. Dat kost wel wat moeite; de gemeente geeft toestemming voor de bouw. Waarop Gònima het hogerop zoekt. Hij benut zijn vele contacten en slaagt erin om in 1802 koning Karel IV op bezoek te krijgen in de Carrer del Carme. Erasme spreidt voor de vorst zijn mooiste kleden uit en overlaadt Karel met aandacht.

Koning Karel, van nature snel onder de indruk, hapt toe. Gònima mag zijn toren bouwen. Eentje met twee klokken maar liefst. Één klok luidt om het uur, de ander laat zich elk kwartier horen.
Veel liever dan onder koningen echter, is Gònima op de werkvloer, bij zijn arbeiders. Zoveel gewoonheid wordt hem fataal. Op een dag in april 1821 is hij weer eens lekker aan het experimenteren met een nieuwe kleurencombinatie. Dan ontploft vlak voor hem een ketel.

Casa Gòmina nu

Ca l’Erasme nu.

Een paar dagen later sterft Erasme de Gònima aan zijn verwondingen, 75 jaar oud. Een deel van zijn geld laat hij na aan de armen.

“God heeft van mij zijn boekhouder gemaakt”, luidde een van zijn favoriete uitspraken.

%d bloggers liken dit: