DWARS DOOR COLLSEROLA

Dwars door Collserola 2

Talloze paden en ‘single tracks’, waterbronnen, historische kerkjes, ruïnes met een mooi verhaal, tot aan everzwijnen die je kunt drinken toe. Het is er allemaal. Stap op je mountainbike en volg ons spoor, dwars door de wondere wereld die Collserola heet!

Tekst: Ad van der Neut
Beeld: Ernst Lalleman

Zal je altijd zien: ga je een keer mountainbiken in Collserola, laat de zon verstek gaan. Na dagenlang stralend weer is de lucht ronduit betrokken. Geen vergezichten dus vandaag, maar er blijft genoeg te genieten over.

“Ik hoor het altijd weer van mensen die over de hele wereld hebben gefietst”, zegt mijn partner in crime Ernst later op de dag. “Collserola is een van de beste gebieden om te mountainbiken. De heuvels zijn bijna nooit hoger dan 400 meter, maar het is wel voortdurend stijgen en dalen. En de mogelijkheden zijn eindeloos. Mijn vriend Carles fietst hier al twintig jaar rond, maar zelfs hij ontdekt nog steeds nieuwe paden.”

“Carles fietst hier al twintig jaar rond, maar zelfs hij ontdekt nog steeds nieuwe paden”

En dat letterlijk aan de rand van Barcelona. Officieel is de Serra de Collserola dan ook een stadspark, maar met z´n 8000 hectare wel een van ´s werelds grootste.

Even warmdraaien
Ons startpunt vandaag is de Passeig de Aigües, zeg maar de Waterweg. Vroeger werd het water uit de bronnen van Collserola hierlangs naar Barcelona geleid. Nu is de Waterweg een favoriet van lokale hardlopers en – iets minder sportieve? – mountainbikers. Het twintig kilometer lange pad kronkelt zich op zo`n 300 meter hoogte namelijk volkomen parallel langs de flanken van Collserola.

Dwars door Collserola 9

Opperste concentratie op de single track…

Kortom een ideale weg om even warm te draaien. Ik voel toch een zekere spanning. Ernst is een wedstrijdbiker, traint dagelijks in Collserola en rijdt vaak in de prijzen. In de categorie 50+ weliswaar, maar toch. En dan het materiaal. Meneer Lalleman rijdt op een mountainbike – ‘een standaardfiets’, beweert hij – van 3000 euro. Mijn ros: een tweedehands soort-van-mountainbike, waarvoor ik pakweg 30 eurootjes neertelde.

Schitterende uitzichten, duistere geschiedenis
“Nou, we gaan beginnen Ad.” De stem van Ernst doet mij opschrikken uit mijn gemijmer, na een kwartiertje cruisen op de Waterweg.
De eerste klim van de dag, naar de top van de Sant Pere Màrtir. Hoe lang??? Hoe stijl??? “Een kilometertje, stijgingspercentage 7 procent”, meldt Ernst droog. Vervolgens fiets hij fluitend weg, om van bovenaf wat foto`s te schieten van mijn gezwoeg.

Dwars door Collserola 3

Sporen van de Spaanse Burgeroorlog op de Sant Pere Màrtir.

De Sant Pere Màrtir kende ik al, van wandeltochten door Collserola. Een heuvel van – op andere dagen – schitterende uitzichten en met een enigszins duistere geschiedenis. Wist Ernst bijvoorbeeld dat hier ooit in één dag tachtig soldaten van Napoleon zijn omgekomen? Nee. En ook de resten van het afweergeschut uit de Spaanse Burgeroorlog heeft hij niet eerder gezien.

Kiezels, keien, boomstronken
Ernst weet wel alles van dalen. “In elke angstige situatie geldt: blijf af van je voorrem!”, doceert hij in het dal, waar ik een minuut na hem arriveer. “En kont naar achteren. Dan sla je nooit over de kop.” Zo dus.

Een tweede Ernst-tip: kijk naar waar je naar toe wilt, niet naar waar je bang voor bent. Want je stuur volgt je ogen. Die kan ik gelijk uitproberen op de eerste single track, wat mountainbike-jargon blijkt voor verduveld smalle paadjes vol kiezels, keien en boomstronken.

Het pad is bochtig. Bovendien is het hier deep forest. Van achter elke boom kan een trol tevoorschijn schieten. Of erger: een je tegemoet stormende mountainbiker.

Kijk naar waar je naar toe wilt, niet naar waar je bang voor bent

De pretparkbar… zonder pretpark
Bedankt, Ernst. Je tips werken echt! Heel soms had ik zelfs tijd om tegemoetkomend ‘volk’ een vriendelijk bon dia te wensen. Lichtelijk euforisch staan ik een half uur later met Ernst bij het neogotische roze herenhuis dat hoort bij waterreservoir van Vallvidrera, beide even na 1850 gebouwd door meesterarchitect Elies Rogent.
In dit casa rosada zat in 1908 opeens de Valley Park Bar, het horeca-hart van een nog te bouwen pretpark, Lake Valley Park.

Dwars door Collserola 4

Het waterreservoir van Vallvidrera raakte in jaren zestig in onbruik en werd een vijver met afvalwater. In 2003 greep de buurtvereniging Vallvidrera in. De zone is nu een recreatiegebied.  Het reservoir werd een beschermd reservaat annex opvangcentrum voor reptielen en amfibieën. De diversiteit is groot. Collserola-eenden delen de plek met Californische schildpadden en andere uitheemse gasten die door hun eigenaren in de steek zijn gelaten.

Het pretpark kwam er niet, het huis staat er in gerestaureerde glorie. De ingang van de Mina Grott, het minitreintje dat de bezoekers van het park moest aanvoeren, heeft betere tijden gekend. En dan te bedenken dat uit dit gat in de zomer van 1908 32.000 enthousiaste Barcelonezen kwamen rollen!

Dwars door Collserola 21

Links de ingang van de Mini Grott. Rechts de Santa Maria del Vallvidrera (16e eeuw), ooit het centrum van Vallvidrera, dat sinds 1921 bij de gemeente Barcelona hoort. Naast de kerk ligt een van de twee nog resterende parochiebegraafplaatsen van Barcelona.

Dansfeesten bij de bron
Na Maria en haar kerk te hebben gegroet, zetten we koers richting de Arrabassada, tot de komst van de Vallvidrera-tunnels in 1991 de belangrijkste verbindingsweg tussen Barcelona en Sant Cugat. Onderweg passeren we uiteraard de nodige bronnen. Ruim 250 telt Collserola er maar liefst, waarvan sommige op het waterleidingsysteem zijn aangesloten. Andere zijn ‘wildplassers’, dus kijk uit waar je je bidon bijvult.

De Collserola-bronnen waren vanaf begin 20ste eeuw een zondagse bestemming voor de Barcelonezen. Een favoriet was de (niet meer bestaande) Font del Pins, vlakbij het waterreservoir in Vallvidrera. Er stond een bar met picknickzone en steevast eindigde de dag met een dansfeest. Een ideale gelegenheid voor het opdoen van een ‘liefje’!

Dwars door Collserola 6

‘Standaard’ mountainbike bij waterbron.

Discreet zelfmoord plegen
Grote emoties waren er die tijd ook aan de Arrabassada. In 1899 werd hier het Gran Hotel de l’Arrabassada gebouwd, dat in 1911 werd uitgebreid met een casino, restaurant en een attractiepark, compleet met een achtbaan van twee kilometer lengte.

In het luxe resort vermaakte Europa´s high society zich. Geld speelde geen rol. Hoewel… er wordt gefluisterd dat het casino over een speciale ruimte beschikte waar geruïneerde gokkers discreet zelfmoord konden plegen.

Het complex sloot in 1934 zijn deuren. Al wat nu rest zijn wat ruïnes (van wat er ooit zo uitzag). Sommige mensen beweren dat ze  ’s nachts schimmen zien en stemmen horen tussen de stenen. “Waar is mijn geld?”

Sommigen beweren ’s nachts schimmen te zien en stemmen te horen bij de ruïnes

This is Catalonia!
En nu iets vrolijkers. De lunch. Ja, een Catalaanse fietser eet ook bananen, repen, rozijnen et cetera. Maar, this is Spain (pardon, Catalonia)! Rond half twee vind je de lokale mountainbiker in een tot restaurant verbouwde masía.

Masies (het meervoud in het Catalaans) zijn oude plattelandswoningen waarvan de namen allemaal beginnen met can – dat weer huis betekent – gevolgd door de familienaam van de oorspronkelijke eigenaren. Keus is er volop in Collserola.

Dwars door Collserola 14

Een verlaten steenfabriek, vlak bij onze lunchplek Can Coll. Voor passend (fiets)geluid, scrol door naar ‘Bloopers & Curiosa’.

Het heilige boontje van Sant Medir
Wij gaan vandaag naar een ander Catalaans fenomeen, een merendero; een picknick- en barbecueplaats, waarbij je vaak een bar en/of restaurant vindt. Die van ons heet Can Coll, is gelegen onder de denkbeeldig rook van Cerdanyola en een populaire pleisterplaats voor fietsers.

Op weg naar onze welverdiende botifarra rijden we deels over de oude Romeinse heerweg tussen Barcelona en Sant Cugat. Halverwege vind je de ermita van Sant Medir, net binnen het grondgebied van Sant Cugat.

Dwars door Collserola 8

De ermita van Sant Medir.

Op deze plek woonde ooit Medir, een goudeerlijke bonenboer die met zijn eerlijkheid de Romeinen een loer draaide en daarom werd heilig verklaard (het complete verhaal zit onder de volgende link). Elk jaar op 3 maart maakt zo’n beetje de halve bevolking van Sant Cugat een bedevaart naar haar heilige. Daar treffen ze half Gràcia, een district in Barcelona dat weer een eigen reden om het glas te heffen op Medir. Want gedronken wordt er bij het kerkje ook.

Medir draaide met zijn eerlijkheid de Romeinen een loer en werd heilig verklaard

Een niet zo’n lokale kruidenlikeur
Wij ronden ons lunch af met een orujo de hierbas. De ober, denkend dat wij toeristen zijn, beweert dat het gaat om een lokale kruidenlikeur, gebrouwen in Cerdanyola. Mooi niet, orujo kom toch echt uit Galicië. Ach ja, het Catalaanse nationalisme is soms een beetje grenzeloos.

Dwars door Collserola 15

Botifarra (butifarra in het Spaans). Het perfecte bikersgerecht: voedzaam en lekker vet, deze varkenssaucijs. Met een salade erbij heb je een complete maaltijd!

Hoe dan ook, uitstekend voor de spijsvertering, zo´n orujo. Het mountainbiken gaat ook steeds soepeler. Na ruim een uur van single en andere tracks staan we een voor mij vertrouwde boom aan de rand van Sant Cugat, de Pi d’en Xandri.

Dwars door Collserola 20

Hoogte 23 m * omtrek 3,20 * diameter 1,02 m * leeftijd meer dan 230 jaar’. Het staat allemaal keurig vermeld op het bordje bij deze pijnboom, die wordt beschouwd als een ‘ecologisch, cultureel en historisch symbool’ van Sant Cugat. Toch vonden vandalen het nodig om de boom in 1997 eens flink te grazen te nemen. Sindsdien is enige ondersteuning noodzakelijk.

De vijftig kerken van de Benedictijnen
Bij de Pi d’en Xandri scheiden onze sporen zich. Ernst fietst, door Collserola, terug naar zijn woonbuurt Horta in Barcelona. Nog even trainen. Ik ben bijna thuis. Binnen een paar minuten sta ik bij de (terecht) grootste trots van ‘mijn’ stad, de niet te missen Monestir.

Dit voormalige Benedictijner klooster dateert van de negende eeuw. De glorietijd volgde een paar eeuwen later, toen de Benedictijnen van Sant Cugat maar liefst vijftig kerken bezaten door heel Catalonië. Wie de Monestir bezoekt, kan zich er van alles bij voorstellen. Vooral de kloostergang maakt indruk:

(foto: Ad van der Neut)

Everzwijntje
Na zo´n fietstocht lust je wel een everzwijntje. Op dus naar El Molí (De Molen), de leukste bar van Sant Cugat, gelegen aan het plein van de man die ‘de mooiste dans ter wereld’ bedacht, Pep Ventura.

senglarisbierfles

Senglaris, ‘het bier van Collserola’. (foto: Senglaris blog)

Senglaris is een nog jonge parel uit bierland Catalonië. Het wordt sinds 2014 ambachtelijk gebrouwen in een echte (water)molen, in hartje Collserola.
Drink gerust een paar van deze overheerlijke zwijnen. Het Ferrocarilles-station ligt op drie minuten fietsen. De S1 of S2 brengt je binnen een half terug naar het Plaça de Catalunya. Een andere wereld.


Over de Flora & de Fauna

“Ik houd van de natuur, maar ik moet er wel wat bij te drinken bij hebben”, zei de dichter Willem Kloos ooit, in een weinig dichterlijke stemming.
Zo waren wij vroeger ook, zij het zonder drank (ja, echt!): onwetende grote stadbewoners, voor wie plant een plant is, een boom een boom, een vogel een vogel. Maar al fietsend en wandelend door Collserola leert een mens.

Eerst maar het lastigste, de flora. In willekeurige volgorde van links naar rechts de top 3:

Flora Collserolazw

(foto’s in kleur: Wikipedia)

  1. Wilde asperge. Een typische plant van het Middellandse-Zeegebied.
  2. Muizedoorn. In Engels Butchers Broom geheten, omdat slagers met deze struik hun hakblok afschraapten. Bij ons wordt de slagersbezem om de rode bessen ook wel bukhulst of kromhouthulst genoemd.
  3. Zachte Naaldvaren. In Nederland zeldzaam, maar in Collserola dus heel gewoon.

Dan de fauna. Dat is gemakkelijk(er), want deze drie typische Collserola-bewoners kennen we in het Noorden ook:

Fauna Collserolzw

(foto’s, in kleur: Wikipedia)

Jazeker, de pimpelmees, de wilde eend en het wild zwijn of everzwijn. De laatste, in het Catalaans porc senglar of kortweg senglar genaamd, is de koning van Collserola. Een volwassen zwijn weegt gemiddeld 50 kg, de grootsten worden tot 90 kg. Een ontmoeting met een everzwijn is in deze streken niet ongewoon. Zie ook de tekst boven onder het tussenkopje ‘Everzwijntje.’

 


Brandende Vragen (& Klare Antwoorden)

Hoe kom ik bij het beginpunt van de route?
Via het station Peu de Funicular, een kwartiertje sporen van het Plaça Catalunya met de S1 of S2. Pak daar de funicular, de kabeltrein omhoog naar Vallvidrera. Uitstappen op de tussenhalte ‘Passeig de Aigües’
Let op! Bij station Peu de Funicular gaan de voorste en achterste deuren van de trein niet open. Stap dus (met fiets) in een van de andere wagons.

Kan ik de route ergens downloaden?
Ja, op Wikiloc.

Is die mooie route van jullie ook voor mij te doen?
Goede vraag. Niet iederéén kan het. Je fietst toch ruim 4 uur (zuivere fietstijd) ‘over geaccidenteerd terrein’, zoals dat zo mooi heet. Een meer dan behoorlijke basisconditie is een vereiste.

Geen probleem, maar ik ben vegetariër, voor mij geen botifarra. Wat nu?
Geen nood, vegetariërs kunnen prima uit te voeten met de Catalaanse keuken. Een bijvoorbeeld is escalivada, een klassieke schotel van geroosterde groenten. Alles over de lokale eetcultuur vind je overigens in ons boek, Barcelona voor gevorderden.

Kan ik de route ook met een gids fietsen?
Goed nieuws. Barcelona Revisited gaat deze route (en varianten) binnenkort aanbieden. Houd dus onze tourpagina in de gaten voor actuele info!


Bloopers & Curiosa
Dwars door Collserola 16

Tas open, helm scheef, maar kijk hem gaan!

 

Dwars door Collserola 18

Collserola mag dan groot zijn, maar wie kwamen wij tegen: Carles, ‘de man die hier al twintig jaar rondfietst’! Vandaag is dat op een ontzettend-dikke-banden gevaarte. Normaal baggert Carles daarmee door de Pyreneeën-sneeuw, maar ook op een andere ondergrond gaat hij als een speer met het ding. Bekijk onderstaand filmpje maar.

One Comment on “DWARS DOOR COLLSEROLA

  1. Pingback: DWARS DOOR COLLSEROLA | guywilmsfloet@upcmail.nl

%d bloggers liken dit: