Barcelona Revisited

DWARS DOOR COLLSEROLA

Dwars door Collserola 2

Talloze paden en ‘single tracks’, waterbronnen, historische kerkjes, ruïnes met een mooi verhaal, tot aan everzwijnen die je kunt drinken toe. Het is er allemaal. Stap op je mountainbike en volg ons spoor, dwars door de wondere wereld die Collserola heet!

Tekst: Ad van der Neut
Beeld: Ernst Lalleman

Zal je altijd zien: ga je een keer mountainbiken in Collserola, laat de zon verstek gaan. Na dagenlang stralend weer is de lucht ronduit betrokken. Geen vergezichten dus vandaag, maar er blijft genoeg te genieten over.

“Ik hoor het altijd weer van mensen die over de hele wereld hebben gefietst”, zegt mijn partner in crime Ernst later op de dag. “Collserola is een van de beste gebieden om te mountainbiken. De heuvels zijn bijna nooit hoger dan 400 meter, maar het is wel voortdurend stijgen en dalen. En de mogelijkheden zijn eindeloos. Mijn vriend Carles fietst hier al twintig jaar rond, maar zelfs hij ontdekt nog steeds nieuwe paden.”

“Carles fietst hier al twintig jaar rond, maar zelfs hij ontdekt nog steeds nieuwe paden”

En dat letterlijk aan de rand van Barcelona. Officieel is de Serra de Collserola dan ook een stadspark, maar met z´n 8000 hectare wel een van ´s werelds grootste.

Even warmdraaien
Ons startpunt vandaag is de Passeig de Aigües, zeg maar de Waterweg. Vroeger werd het water uit de bronnen van Collserola hierlangs naar Barcelona geleid. Nu is de Waterweg een favoriet van lokale hardlopers en – iets minder sportieve? – mountainbikers. Het twintig kilometer lange pad kronkelt zich op zo`n 300 meter hoogte namelijk volkomen parallel langs de flanken van Collserola.

Dwars door Collserola 9

Opperste concentratie op de single track…

Kortom een ideale weg om even warm te draaien. Ik voel toch een zekere spanning. Ernst is een wedstrijdbiker, traint dagelijks in Collserola en rijdt vaak in de prijzen. In de categorie 50+ weliswaar, maar toch. En dan het materiaal. Meneer Lalleman rijdt op een mountainbike – ‘een standaardfiets’, beweert hij – van 3000 euro. Mijn ros: een tweedehands soort-van-mountainbike, waarvoor ik pakweg 30 eurootjes neertelde.

Schitterende uitzichten, duistere geschiedenis
“Nou, we gaan beginnen Ad.” De stem van Ernst doet mij opschrikken uit mijn gemijmer, na een kwartiertje cruisen op de Waterweg.
De eerste klim van de dag, naar de top van de Sant Pere Màrtir. Hoe lang??? Hoe stijl??? “Een kilometertje, stijgingspercentage 7 procent”, meldt Ernst droog. Vervolgens fiets hij fluitend weg, om van bovenaf wat foto`s te schieten van mijn gezwoeg.

Dwars door Collserola 3

Sporen van de Spaanse Burgeroorlog op de Sant Pere Màrtir.

De Sant Pere Màrtir kende ik al, van wandeltochten door Collserola. Een heuvel van – op andere dagen – schitterende uitzichten en met een enigszins duistere geschiedenis. Wist Ernst bijvoorbeeld dat hier ooit in één dag tachtig soldaten van Napoleon zijn omgekomen? Nee. En ook de resten van het afweergeschut uit de Spaanse Burgeroorlog heeft hij niet eerder gezien.

Kiezels, keien, boomstronken
Ernst weet wel alles van dalen. “In elke angstige situatie geldt: blijf af van je voorrem!”, doceert hij in het dal, waar ik een minuut na hem arriveer. “En kont naar achteren. Dan sla je nooit over de kop.” Zo dus.

Een tweede Ernst-tip: kijk naar waar je naar toe wilt, niet naar waar je bang voor bent. Want je stuur volgt je ogen. Die kan ik gelijk uitproberen op de eerste single track, wat mountainbike-jargon blijkt voor verduveld smalle paadjes vol kiezels, keien en boomstronken.

Het pad is bochtig. Bovendien is het hier deep forest. Van achter elke boom kan een trol tevoorschijn schieten. Of erger: een je tegemoet stormende mountainbiker.

Kijk naar waar je naar toe wilt, niet naar waar je bang voor bent

De pretparkbar… zonder pretpark
Bedankt, Ernst. Je tips werken echt! Heel soms had ik zelfs tijd om tegemoetkomend ‘volk’ een vriendelijk bon dia te wensen. Lichtelijk euforisch staan ik een half uur later met Ernst bij het neogotische roze herenhuis dat hoort bij waterreservoir van Vallvidrera, beide even na 1850 gebouwd door meesterarchitect Elies Rogent.
In dit casa rosada zat in 1908 opeens de Valley Park Bar, het horeca-hart van een nog te bouwen pretpark, Lake Valley Park.

Dwars door Collserola 4

Het waterreservoir van Vallvidrera raakte in jaren zestig in onbruik en werd een vijver met afvalwater. In 2003 greep de buurtvereniging Vallvidrera in. De zone is nu een recreatiegebied.  Het reservoir werd een beschermd reservaat annex opvangcentrum voor reptielen en amfibieën. De diversiteit is groot. Collserola-eenden delen de plek met Californische schildpadden en andere uitheemse gasten die door hun eigenaren in de steek zijn gelaten.

Het pretpark kwam er niet, het huis staat er in gerestaureerde glorie. De ingang van de Mina Grott, het minitreintje dat de bezoekers van het park moest aanvoeren, heeft betere tijden gekend. En dan te bedenken dat uit dit gat in de zomer van 1908 32.000 enthousiaste Barcelonezen kwamen rollen!

Dwars door Collserola 21

Links de ingang van de Mini Grott. Rechts de Santa Maria del Vallvidrera (16e eeuw), ooit het centrum van Vallvidrera, dat sinds 1921 bij de gemeente Barcelona hoort. Naast de kerk ligt een van de twee nog resterende parochiebegraafplaatsen van Barcelona.

Dansfeesten bij de bron
Na Maria en haar kerk te hebben gegroet, zetten we koers richting de Arrabassada, tot de komst van de Vallvidrera-tunnels in 1991 de belangrijkste verbindingsweg tussen Barcelona en Sant Cugat. Onderweg passeren we uiteraard de nodige bronnen. Ruim 250 telt Collserola er maar liefst, waarvan sommige op het waterleidingsysteem zijn aangesloten. Andere zijn ‘wildplassers’, dus kijk uit waar je je bidon bijvult.

De Collserola-bronnen waren vanaf begin 20ste eeuw een zondagse bestemming voor de Barcelonezen. Een favoriet was de (niet meer bestaande) Font del Pins, vlakbij het waterreservoir in Vallvidrera. Er stond een bar met picknickzone en steevast eindigde de dag met een dansfeest. Een ideale gelegenheid voor het opdoen van een ‘liefje’!

Dwars door Collserola 6

‘Standaard’ mountainbike bij waterbron.

Discreet zelfmoord plegen
Grote emoties waren er die tijd ook aan de Arrabassada. In 1899 werd hier het Gran Hotel de l’Arrabassada gebouwd, dat in 1911 werd uitgebreid met een casino, restaurant en een attractiepark, compleet met een achtbaan van twee kilometer lengte.

In het luxe resort vermaakte Europa´s high society zich. Geld speelde geen rol. Hoewel… er wordt gefluisterd dat het casino over een speciale ruimte beschikte waar geruïneerde gokkers discreet zelfmoord konden plegen.

Het complex sloot in 1934 zijn deuren. Al wat nu rest zijn wat ruïnes (van wat er ooit zo uitzag). Sommige mensen beweren dat ze  ’s nachts schimmen zien en stemmen horen tussen de stenen. “Waar is mijn geld?”

Sommigen beweren ’s nachts schimmen te zien en stemmen te horen bij de ruïnes

This is Catalonia!
En nu iets vrolijkers. De lunch. Ja, een Catalaanse fietser eet ook bananen, repen, rozijnen et cetera. Maar, this is Spain (pardon, Catalonia)! Rond half twee vind je de lokale mountainbiker in een tot restaurant verbouwde masía.

Masies (het meervoud in het Catalaans) zijn oude plattelandswoningen waarvan de namen allemaal beginnen met can – dat weer huis betekent – gevolgd door de familienaam van de oorspronkelijke eigenaren. Keus is er volop in Collserola.

Dwars door Collserola 14

Een verlaten steenfabriek, vlak bij onze lunchplek Can Coll. Voor passend (fiets)geluid, scrol door naar ‘Bloopers & Curiosa’.

Het heilige boontje van Sant Medir
Wij gaan vandaag naar een ander Catalaans fenomeen, een merendero; een picknick- en barbecueplaats, waarbij je vaak een bar en/of restaurant vindt. Die van ons heet Can Coll, is gelegen onder de denkbeeldig rook van Cerdanyola en een populaire pleisterplaats voor fietsers.

Op weg naar onze welverdiende botifarra rijden we deels over de oude Romeinse heerweg tussen Barcelona en Sant Cugat. Halverwege vind je de ermita van Sant Medir, net binnen het grondgebied van Sant Cugat.

Dwars door Collserola 8

De ermita van Sant Medir.

Op deze plek woonde ooit Medir, een goudeerlijke bonenboer die met zijn eerlijkheid de Romeinen een loer draaide en daarom werd heilig verklaard (het complete verhaal zit onder de volgende link). Elk jaar op 3 maart maakt zo’n beetje de halve bevolking van Sant Cugat een bedevaart naar haar heilige. Daar treffen ze half Gràcia, een district in Barcelona dat weer een eigen reden om het glas te heffen op Medir. Want gedronken wordt er bij het kerkje ook.

Medir draaide met zijn eerlijkheid de Romeinen een loer en werd heilig verklaard

Een niet zo’n lokale kruidenlikeur
Wij ronden ons lunch af met een orujo de hierbas. De ober, denkend dat wij toeristen zijn, beweert dat het gaat om een lokale kruidenlikeur, gebrouwen in Cerdanyola. Mooi niet, orujo kom toch echt uit Galicië. Ach ja, het Catalaanse nationalisme is soms een beetje grenzeloos.

Dwars door Collserola 15

Botifarra (butifarra in het Spaans). Het perfecte bikersgerecht: voedzaam en lekker vet, deze varkenssaucijs. Met een salade erbij heb je een complete maaltijd!

Hoe dan ook, uitstekend voor de spijsvertering, zo´n orujo. Het mountainbiken gaat ook steeds soepeler. Na ruim een uur van single en andere tracks staan we een voor mij vertrouwde boom aan de rand van Sant Cugat, de Pi d’en Xandri.

Dwars door Collserola 20

Hoogte 23 m * omtrek 3,20 * diameter 1,02 m * leeftijd meer dan 230 jaar’. Het staat allemaal keurig vermeld op het bordje bij deze pijnboom, die wordt beschouwd als een ‘ecologisch, cultureel en historisch symbool’ van Sant Cugat. Toch vonden vandalen het nodig om de boom in 1997 eens flink te grazen te nemen. Sindsdien is enige ondersteuning noodzakelijk.

De vijftig kerken van de Benedictijnen
Bij de Pi d’en Xandri scheiden onze sporen zich. Ernst fietst, door Collserola, terug naar zijn woonbuurt Horta in Barcelona. Nog even trainen. Ik ben bijna thuis. Binnen een paar minuten sta ik bij de (terecht) grootste trots van ‘mijn’ stad, de niet te missen Monestir.

Dit voormalige Benedictijner klooster dateert van de negende eeuw. De glorietijd volgde een paar eeuwen later, toen de Benedictijnen van Sant Cugat maar liefst vijftig kerken bezaten door heel Catalonië. Wie de Monestir bezoekt, kan zich er van alles bij voorstellen. Vooral de kloostergang maakt indruk:

(foto: Ad van der Neut)

Everzwijntje
Na zo´n fietstocht lust je wel een everzwijntje. Op dus naar El Molí (De Molen), de leukste bar van Sant Cugat, gelegen aan het plein van de man die ‘de mooiste dans ter wereld’ bedacht, Pep Ventura.

senglarisbierfles

Senglaris, ‘het bier van Collserola’. (foto: Senglaris blog)

Senglaris is een nog jonge parel uit bierland Catalonië. Het wordt sinds 2014 ambachtelijk gebrouwen in een echte (water)molen, in hartje Collserola.
Drink gerust een paar van deze overheerlijke zwijnen. Het Ferrocarilles-station ligt op drie minuten fietsen. De S1 of S2 brengt je binnen een half terug naar het Plaça de Catalunya. Een andere wereld.


Over de Flora & de Fauna

“Ik houd van de natuur, maar ik moet er wel wat bij te drinken bij hebben”, zei de dichter Willem Kloos ooit, in een weinig dichterlijke stemming.
Zo waren wij vroeger ook, zij het zonder drank (ja, echt!): onwetende grote stadbewoners, voor wie plant een plant is, een boom een boom, een vogel een vogel. Maar al fietsend en wandelend door Collserola leert een mens.

Eerst maar het lastigste, de flora. In willekeurige volgorde van links naar rechts de top 3:

Flora Collserolazw

(foto’s in kleur: Wikipedia)

  1. Wilde asperge. Een typische plant van het Middellandse-Zeegebied.
  2. Muizedoorn. In Engels Butchers Broom geheten, omdat slagers met deze struik hun hakblok afschraapten. Bij ons wordt de slagersbezem om de rode bessen ook wel bukhulst of kromhouthulst genoemd.
  3. Zachte Naaldvaren. In Nederland zeldzaam, maar in Collserola dus heel gewoon.

Dan de fauna. Dat is gemakkelijk(er), want deze drie typische Collserola-bewoners kennen we in het Noorden ook:

Fauna Collserolzw

(foto’s, in kleur: Wikipedia)

Jazeker, de pimpelmees, de wilde eend en het wild zwijn of everzwijn. De laatste, in het Catalaans porc senglar of kortweg senglar genaamd, is de koning van Collserola. Een volwassen zwijn weegt gemiddeld 50 kg, de grootsten worden tot 90 kg. Een ontmoeting met een everzwijn is in deze streken niet ongewoon. Zie ook de tekst boven onder het tussenkopje ‘Everzwijntje.’

 


Brandende Vragen (& Klare Antwoorden)

Hoe kom ik bij het beginpunt van de route?
Via het station Peu de Funicular, een kwartiertje sporen van het Plaça Catalunya met de S1 of S2. Pak daar de funicular, de kabeltrein omhoog naar Vallvidrera. Uitstappen op de tussenhalte ‘Passeig de Aigües’
Let op! Bij station Peu de Funicular gaan de voorste en achterste deuren van de trein niet open. Stap dus (met fiets) in een van de andere wagons.

Kan ik de route ergens downloaden?
Ja, op Wikiloc.

Is die mooie route van jullie ook voor mij te doen?
Goede vraag. Niet iederéén kan het. Je fietst toch ruim 4 uur (zuivere fietstijd) ‘over geaccidenteerd terrein’, zoals dat zo mooi heet. Een meer dan behoorlijke basisconditie is een vereiste.

Geen probleem, maar ik ben vegetariër, voor mij geen botifarra. Wat nu?
Geen nood, vegetariërs kunnen prima uit te voeten met de Catalaanse keuken. Een bijvoorbeeld is escalivada, een klassieke schotel van geroosterde groenten. Alles over de lokale eetcultuur vind je overigens in ons boek, Barcelona voor gevorderden.

Kan ik de route ook met een gids fietsen?
Goed nieuws. Barcelona Revisited gaat deze route (en varianten) binnenkort aanbieden. Houd dus onze tourpagina in de gaten voor actuele info!


Bloopers & Curiosa
Dwars door Collserola 16

Tas open, helm scheef, maar kijk hem gaan!

 

Dwars door Collserola 18

Collserola mag dan groot zijn, maar wie kwamen wij tegen: Carles, ‘de man die hier al twintig jaar rondfietst’! Vandaag is dat op een ontzettend-dikke-banden gevaarte. Normaal baggert Carles daarmee door de Pyreneeën-sneeuw, maar ook op een andere ondergrond gaat hij als een speer met het ding. Bekijk onderstaand filmpje maar.

New: Cathedral of the Sea walking tour

Arnau was sixty-three years old. He felt tired, and leant on his son.
Bernard squeezed his father’s arm affectionately. Arnou bent his mouth to his son’s ear and pointed towards the high alter.
‘Can see her smile, my son?’, he asked.

Join us for a walk in  the footsteps of Arnau Estanyol through Barcelona in the 14th century! A time when the city suffered from famines, wars, numerous plague epidemics and, last but not least, the horrendous Inquisition.

Beeld twee kader verhaal

Santa Maria del Mar in the Ribera quarter of Barcelona

Yet in the same century some very impressive buildings were built in Barcelona, among them the Santa Maria del Mar, the most beautiful church of Barcelona and epic center of  Ildefonso Falcones novel Catedral del Mar.

The Story

It is 1321. Catalan farmer Bernat Estanyol flees with his baby Arnau from his life as a serf in the countryside. The law states that whoever lives in Barcelona for a year and a day is a free man. Father and son succeed in their intentions, but Bernats life ends soon on the gallows. Arnau’s story then takes place around the Santa Maria del Mar.

beeld verhaalkaderHe carries stones for the construction of the church, and works in it’s shadow as a moneychanger, Consul of the Sea and marine insurer.
In between, he goes to war for King Pere, prevents with a ruse the conquering of Barcelona by Castile, loses his first wife Maria to the plague and escapes from the claws of the Inquisition.
No wonder Arnau was tired in 1384, when the Santa Maria del Mar was inaugurated.
An exciting story and a very informative one too, which tells you a lot about 14th century Barcelona.

Ildefonso Falcones. Cathedral of the Sea (2006)

Practical:

  • Our tour leads us to all of the main places where the novel’s story unfolds and you will hear a lot of amazing things about 14th century Barcelona.
  • There’s no need to read the book Cathedral of the sea in advance
  • This tour is available in English and Dutch.
  • More info (prices, times et cetera) on our tour page.

The Cathedral of the Sea is now a mini-series on Spanish television! Watch the trailer above.

 

 

 

The last Catalan state existed 10 hours

The last state called Catalonia had a life span of ten hours. On 6 October 1934, at eight o’clock in the evening, Catalan president Lluís Companys stepped on the balcony of the Palau de Generalitat on Barcelona’s Plaça de Sant Jaume. There he declared with ceremonial words that Catalonia was from that moment on a republic. The next morning at six o’clock everything was over.

14-9-1931: Francesc Macià declares the Catalan Statee staat uit

 Francesc Macià declares the Catalan State, 14-4-1931

Grandpa
Three years earlier, in 1931, the Spanish municipal elections were won by the Socialists and Republicans, joined together since the end of 1930 in what was called the Provisional Republican government. In Catalonia Companys’ party Esquerra Republicana de Catalunya (ERC) was the biggest winner that year.

In Barcelona an euphoric Lluís Companys had already declared the Republic

On April 14, 1931, King Alfons XIII  left the country and in Madrid the Second Spanish Republic was proclaimed. In the Spanish capital the partying started. On the Puerta del Sol square people went crazy. In Barcelona earlier that day, an euphoric Lluís Companys ( at that moment civil governor of the province of Barcelona) had already proclaimed the Republic. The aging ERC-leader Francesc Macià – lovingly called ‘avi’ (‘grandpa’) by his countrymen – didn´t know anything about it. When he heard the news, he was outraged…and proclaimed a Catalan Republic as a ‘member of the Iberian Federation. A federation that did not exist.
Under severe pressure from the provisional Republican government, Macià had to climb down the days after. He could be the president of an autonomous government apparatus (the Generalitat), but within the Spanish state.

A own Catalan statue
On August 2 1931 a referendum for a own Catalan ‘constitution’, the Estatut de Autonomia, was held in Catalonia. No less than 562. 691 Catalans (99% of tje voters – only men) approved the draft statute of autonomy , 3276 voters opposed.

Without consulting the Catalan people, the Spanish parliament approved a diluted version of the statute

After a lot of discussion, and without consulting the Catalan people again, the Spanish parliament approved a diluted version of the statute on September 9, 1932. In the parliamentary elections that year, the ERC subsequently won twice as much votes as the more conservative LLiga Regionalista. Francesc Macià became president of Catalonia.

Demonstratie voor het eigen statuut, 1931

August 1931: demonstration for the Catalan statute.

Violation of the constitution
The Macià government made Catalan the official language and spend more on health care and education. But then, at the end of 1933, grandpa Macià died. His successor was the number two of the ERC, Lluís Companys, much younger and even more headier than Macià. One of Companys first measures was the adoption of a law on cultivation contracts, which gave tenants more rights.

Not only the Lliga Regionalista was against it, the conservative Spanish parliament also objected. The gentlemen in Madrid rejected the law as being in violation of the constitution. With this, the relationships between Companys and Spain were put on the edge.

Ondertekening Catalaanse statuut Alcalá-Zamora

The Spanish president Alcalá-Zamora signs the Catalan statute.

The friendship was definitely over when a new Spanish government took office in early 1934. Rightwing Spain had won the elections at the end of 1933. The big winner was the anti-republican Confederacion de Derechas Autonomas (CEDA) of the Jesuit lawyer Jose Mariá Gil Robles. Nevertheless, President Alcalá Zamora instructed Alejandro Lerroux, leader of the Partido Republicano Radical (PRR), to form a government.

“Catalonia cannot stand apart from the protests that flood the country

Lluís Companys, 6 October 1934

The PPR ruled with the CEDA’s support and eliminated the reforms that the leftist government had implemented; catholic education returned, land revelations were revised and the heavily reduced army was restored. In October 1934, the CEDA ceased its support to the government of Ricardo Samper, since a few months successor to Lerroux. Lerroux then formed a new government, including three CEDA ministers.

Dynamite
The conservative wind caused a wave of protests, including a general strike. In Asturias, 40,000 miners resurrected. In order to teach the rebel miners – armed with dynamite – a lesson, the hostile government appealed to a young general who had made a name for himself in North Africa: Francisco Franco. The future Caudillo and his moorish ‘legion’ did what was expected of them, at the cost of about 1500 dead people and 3000 injured.

Asturië 1934

Asturias 1934. Member of the Guardia Civil taking away arrested miners.

Catalan state
“Liberals, Democrats and Republicans, Catalonia cannot stand apart from the protests that flood the country”, Lluis Companys said on October 6, 1934, from the balcony of the Generalitat palace. “In the name of the people and parliament, the government of which I preside, takes over all the powers associated with the power in Catalonia, declaring the Catalan state within the Federal Republic of Spain.”

Het Plaça d'Àngel, 6 oktober 1934.

Barcelona’s Plaça d’Àngel,  6 October 1934-

The central government in Madrid responded by declaring of the state of siege. Troops led by general Batet occupied Barcelona and shattered government buildings. Companys, who had refused to give weapons to the everyday more powerful and more numerous anarchists of Barcelona, only had a group of Catalan paramilitaries, the Escamots.

Troops led by general Batet occupied Barcelona and shattered government buildings

The next morning at six o’clock the unequal struggle was over. Companys was arrested and sentenced to 30 years imprisonment in prison El Puerto de Santa Maria, far away in Cádiz.

Achter de tralies Lluís Companys (3de van links) en zijn kompanen, 7 oktober 1934.

Behind bars: Catalan president Lluís Companys (3th on the left) and his ministers,  7 October 1934.

On February 16, 1936, he received amnesty after the Spanish elections were won by the Front Popular a leftist coalition of which the ERC was also part. Lluis Companys became president of Catalonia again

Five months later, the Spanish Civil War began.

What’s in a name – Mercè, patron saint of Barcelona

Merce2017

Mercè on top of her own church, the ‘Esglesia de la Mare de Dèu de la Mercè (Plaça de la Mercè)

Mercè was named patron saint of Barcelona by the city council in 1662, the year the virgin liberated the city of a plague of locusts, the legend says. More than two centuries later Pope Pio IX approved this decision. From that moment on her feast was celebrated, but things got really big when in 1902 Francesc Cambo, leader of the conservative Lliga Regionalista party, put his political weight behind it.

Benz was so in love with Barcelona that he gave his daughter the name of the city’s patron saint

Because of the growing popularity of Merced de los Cautivos (Merced of the Captives) a lot of Catalans began to have their newborn girls baptized as Mercè (Catalan) or Mercedes (Spanish). And not only they. A foreigner who frequented the city around that time was one Karl Friedrich Benz (1844-1929), German engineer and inventor of motorcars. Benz was so in love with Barcelona that he gave his daughter the name of the city’s patron saint. Sometime later he dedicated one of his cars to his daughter: Mercedes Benz.

Mr. Mercedes

That’s the story you can read in some guidebooks about Barcelona. In reality though, Mercedes was the daughter of Austrian businessman and diplomat Emil Jellinek. Adrienne Manuela Ramona the girl was officially named, but in the Jellinek family everybody called her Mercedes. Her father loved both her and racing, so when he started competing in car races, he used the pseudonym Mr. Mercedes. He even made a deal with his dealer, Daimler, based in Canstatt, Germany: the wealthy Jellinek promised to buy no less than 36 cars from Daimler, but they all had to bear the name Mercedes. ‘Let’s do it’, said Daimler. The company made 36 vehicles, all named ‘Daimler-Mercedes’.

merce 2017c

Emil Jellinek (1853-1918) with his daughter Mercedes.

Five of these Mercedes 35 hp cars did remarkably well in races around Nice in 1901. A year later Mercedes was a registered trademark. Emil Jellinek himself had his name changed to Emil Jellinek-Mercedes.

Karl Benz enters the story many years later, in 1926, the year that his company Benz & Cie merged with Daimler. The new company started producing cars with a new name: Mercedes Benz. Emil Jellinek died in 1918, 64 years old. His daughter Mercedes passed away in 1929, at the age of 38. What’s in a name?

merce 2017b

A Mercedes 35 hp during the Nice-La Turbie event in March 1901. The five cars set an average speed record of 51.4 km/h, breaking the previous record with 20 km. Maximum speed: 86 km/h, more than any car of that time.

 

What’s in a Name?

Mercè, (Mercedes in Spanish), comes from the latin mercedem, ‘price’ or ‘reward’. The root word though is the latin merx or mercari, which, some believe, derives from mercurius. Mercurius is the Roman God of trade, but also a mediator, necessary for the pax decorum  and, on a worldly level, the peaceful coexistence of cities.

The birds sing peace, peace, peace!

“I am a Catalan. Today Catalania is a province of Spain. But before Catalonia was a nation and perhaps the greates nation in the world. I shall tell you why: Catalonia had the first Parliament, long before England did, and it was in Catalonia where there was a start of ‘United Nations’. All authorities of Catalonia met in the XI century at Toluges – today a French city, then belonging to Catalonia – to speak of peace: they invented the Truce of God.”

 

Pau  Casals, United Nations General Assembly. October 24, 1971.

Who seeks who finds something, even if it’s only empty place. An old quarry on Montjuïc in this case. A beautiful location for a Greek theater, thought Jean Claude Nicolas Forestier when he stumbled across it somewhere in 1921. The French landscape architect was commissioned with the construction of gardens on Barcelona’s most famous mountain. The original reason was the Exposición de Industrias Eléctricas, a major exhibition devoted to the ‘wonders of electricity’. The event was originally planned for 1917, but eventually did not take place until 1929, as the World Exhibition of that year.

Construcció del teatre grec de Barcelona 1929.

Construction of the Teatre Grec, 1929.

Epidaurus

For the Teatre Grec, architect Ramon Reventós got his inspiration from the famous theater of Epidaurus theatre, even though the semicircle orchestra box was made according a Roman example.
Greek or Roman drama you could not see often there , but tragedy hit the Teatre de la Naturalesa (the name in the early years) enough. The Poble Espanyol and the Magic Fountains were far more popular than the theater on the Montjuïc, which was still unlighted in those years. The messy political and economic times did the rest: the Greek theater was mostly empty and quiet.

Macià-al-teatre-grec-FotoMerletti-IEFC

Catalan president Frances Macià (third from left) in the Teatre Grec, beginning 1930’s.

Pau Casals

Also on 19 July 1936, the day that cellist and conductor Pau Casals and his orchestra should have performed a concert of Beethoven’s Ninth Symphony with his orchestra. The concert was intended as the prelude of the People’s Olympiad, the Catalan protest against the Olympic Games in Nazi Berlin. The evening before, however, the last rehearsal at the Palau de La Musica was interrupted by a courier with a message from the Catalan government. The music palace had to be evacuated immediately, due to the upcoming military coup. Casals read the message aloud an gave orchestra and choir members the choice: go away, or stay together and perform the last part of the symphony, as a way to say goodbye to each other, because maybe they would never play together again.

Pau Casals

Pau Casals (1876-1973):  “I am a Catalan.”

Ode an de Freude

Everybody stayed. In tears of anger and sorrow, Casals conducted the orchestra, while the chorus in sang in Catalan the words of Schillers Ode and Freude,  ‘Alle Menschen werden Brüder’. Casals swore to perform the symphony when peace in Catalonia had returned.

Casals gave orchestra and choir members the choice: go away, or stay together and perform the last part of the symphony, as a way to say goodbye to each other

On 19 October 1938, the cellist gave a charity concert at the Liceu Theater in Barcelona, for the benefit of the Children’s Aid Society. The concert, to be heard on all radio channels in Republican Spain and later on the American radio, was Casals’ last performance on Catalan soil. In January 1939 he went in exile, first in France, later in Puerto Rico. There he died in 1973, 96 years old.

Grecfoto

Recent performance in the Teatre Grec

Seventy years later

Theaters Grec remained unused for a long time, although there were some performances between 1952 and 1969. The success only came in 1976, with the first edition of the Grec Festival, which made the theater an important cultural stage. One of the highlights took place on July 19, 2006. Under the title Setanta anys després (Seventy years later) the Israeli Yaron Traub directed the Jeunesses Musicales World Orchestra, plus the Coral Carmina and L’Orfeó Gracienc choirs – the latter the same choir as in 1936. They performed Beethovens Ninth Symphony. Alle Menschen werden Brüder.

Gaudí’s Grote Boek der Natuur lag in zijn achtertuin

“Degenen die voor hun nieuwe werk te rade gaan bij de wetten der Natuur, werken samen met de Schepper. Degenen die kopiëren, werken niet samen met de Schepper. Derhalve bestaat originaliteit in het terugkeren naar de oorsprong.”

Een fijne uitspraak van Antoni Gaudí, wiens favoriete lectuur dan ook het Grote Boek der Natuur was. Tot dusver namen deskundigen aan dat de hoofdstukken van dat boek her en der verspreid lagen. En wélke tekst Gaudí ter inspiratie voor een bepaald kunstwerk pleegde, daarover liepen de meningen van de Gaudí-vorsers uiteen. Neem het dak van Casa Milà, La Pedrera: de grotkerken van Cappadocië, Petra in Jordanië, de kleitorens van Togo… het zijn slechts een paar van de ooit genoemde inspiratiebronnen.

gaudi10def

De rots met de twee ogen is het eerste element wat Paula Santamaria en Josep Pedret aan Gaudí deden denken. Links een van de balkons van Casa Battlo.  (foto: Enrique Marco/Sapiens)

Achtertuin
In werkelijkheid lagen de voorbeelden voor Casa Milà en andere meesterwerken van de architect bijna letterlijk in de achtertuin van de grote architect. Dat althans is de – zeer aannemelijke – stelling  van twee onderzoekers, archeologe Paula Santamaria en haar vriend en universitaire docent Josep Pedret. De twee wonen in Riudecanyes, een dorp in de Baix Camp, de laagvlakte rond Reus en Tarragona. Dezelfde streek dus waar Gaudí in 1852 werd geboren (in Riudoms, aan de rand van Reus, ruim tien kilometer verder) en waar hij als jongen zwerftochten maakte, vaak in gezelschap van zijn boezemvrienden, Eduard Toda i Güell en José Ribera Sans.

panorama-1def

Paula Santamaria en Josep Pedret op de plateau vanwaar je bijna alle Gaudiaanse inspiratiebronnen kunt zien, met uitzondering van de rots met de twee ogen (zie foto boven). Sommige plekken zijn slecht zichtbaar door de vegetatie. Tijdens Gaudí´s leven was deze veel minder uitbundig. (foto: Enrique Marco/Sapiens)

Riante zetel
Zonder twijfel zaten de drie jongens ooit op het plateau bij de coll de Desenrocada, een heuvel gelegen tussen de dorpen L’Argentera en Vilanova d’Escornalbou. Vanaf die riante zetel moeten ze bewust of onbewust grillige vormen en patronen hebben waargenomen. Vormen die via het hoofd van Gaudí zouden terugkeren als de gevels en schoorstenen van La Pedrera, het dak van Casa Battló, de draak en de pilaren van Park Güell.

gaudi8bdef

Links een detail van de Desenrocada. Rechts de skeletachtige voorgevel van Casa Batlló (ter hoogte van de eerste verdieping). (foto: Enrique Marco/Sapiens)

Gaudí was in latere jaren regelmatig in zijn geboortestreek. Het zou daarom goed kunnen dat hij zijn sterkste indrukken van de rotsige heuvel veel later opdeed. Bijvoorbeeld in 1903, toen hij in Reus werkte aan de  – al snel gestaakte – restauratie van de Santuari de Misercòrdia kapel.

Kopieerde Gaudí stiekem uit het Grote Boek der Natuur?

De Desenrocada was in ieder geval dichtbij. Een kwartiertje treinen naar station Duesaiguës –l’Argentara, en aansluitend een uurtje wandelen. Peanuts voor de architect, die voor zijn zielenheil dagelijks van de Sagrada Família helemaal naar de Sant Felip Neri-kerk in de Barcelonese binnenstad liep.

gaudi7def

Twee keer de draak van Park Güell. Ogen en bek bevinden zich op de rotsversie in identieke positie als op de Park-versie. Links een poot en de contouren van de rug. (foto: Enrique Marco/Sapiens)

Als de 1903-hypothese klopt, dan heeft Gaudí zijn ervaringen snel verwerkt: de bouw van Casa Batlló begon in 1904, die van La Pedrera in 1906. De draak/salamander in Park Güell dateert zelfs uit 1903. De Barcelonezen kozen hem of haar nog in 2014 tot het meest universele kunstwerk van hun stad. Ondertussen stamt het beest wel mooi uit Gaudi´s achtertuin, zo (b)lijkt nu.

gaudi5def

Een spiraalvormige rots in de natuur… een trappenhuis op het dak van La Pedrera. (foto: Enrique Marco/Sapiens)

Revolutie
De ontdekkingen van beide speurneuzen uit Riudecanyes zijn vrucht van anderhalf jaar kijken en vergelijken. Het begon echter allemaal met een terloopse opmerking van Josep Pedret, tijdens een gezamenlijk uitstapje naar de Desenrocada. “Hij heeft iets van Gaudí, vind je niet?”

gaudi6bdef

Links een eërodeerde vorm van een in de Baix Camp veel voorkomende soort zandsteen, in Catalonië  ‘abellera’ genaamd, vanwege de gelijkenis met de cellen van’ruscs de abelles’, bijenkorven. Rechts een hoofdingang van La Pedrera.  (foto: Enrique Marco/Sapiens)

Gaudí-deskundigen ondertussen, zijn onder de indruk. Gesproken wordt al over een ‘mogelijke revolutie’ in het onderzoek naar het werk van de vermaarde lezer van het Grote Boek der Natuur.

gaudi2def

Tweemaal Darth Vader. Links op de Desenrocada, rechts op La Pedrera.(foto: Enrique Marco/Sapiens)

Een logische onderzoeksvraag die opkomt bij het hoofdstuk ‘Baix Camp’: liet de o zo gelovige Gaudí zich louter inspireren door dat boek of kopieerde hij er stiekem ook uit – daarmee God het nakijken gevend?

Guardar

Guardar

Guardar

Guardar

Guardar

Durruti: mysterieuze dood – grootse begrafenis

Een groot revolutionair kan niet klein sterven. Dus kwamen er verhalen toen anarchistisch voorman Buenaventura Durruti onder mysterieuze omstandigheden stierf aan het Madrileense oorlogsfront, op 20 november 1936. Durriti zou door een fascistische kogel zijn getroffen. Nee, het was een communistische sluipschutter (volgens de anarchisten);  of misschien wel en  ontevreden anarchist (volgens de communisten).

madrid-november-20-1936-durruti-dead-spread-out-on-a-bed-in-the-columns-hospital-in-madrids-hotel-ritz

Het dode lichaam van Durutti in Hotel Ritz Madrid. 20 november 1936

Veel prozaïscher is de volgende versie van Durruti´s doodsoorzaak. Het machinepistool van een medestrijder, zegt historicus Anthony Beevor in zijn The Spanish Civil War. Dat zou per ongeluk zijn afgegaan, toen de Durruti uit zijn auto stapte.
Lullig, maar het kan erger, want er is ook deze theorie: het was Durrutti’s eigen machinepistool dat op de grond naast de auto viel en de dodelijke kogel afvuurde. Durutti werd net onder zijn linkertepel getroffen. Het wapen in kwestie was overigens een ‘Naranjero’, berucht om zijn onbetrouwbaarheid.

Dat kun je wel zeggen, ja.

Pistolen voor 45 peseta’s
Nu had Durruti wel meer een zekere losse omgang met zijn schietijzer. Bekend in dit verband is een verhaal uit de vroege jaren dertig, toen de CNT-leider en zijn vrienden domicilie aan de Paral·lel in Barcelona.
Het ‘Montmartre van Barcelona’, zo luidde één bijnaam van de straat. Dat was om de vele cafés, theaters, muziek- en danszalen. En niet te vergeten, vooral aan de havenkant, bordelen. Maar er circuleerde nog een bijnaam voor de Paral·lel: ‘Anarchisten Boulevard van Barcelona’. Want hier hadden de anarchisten hun stamkroegen.  Hun absolute favoriet zat op nummer 69, naast het Victoriatheater. La Tranquilidad, De Kalmte, heette de kroeg.

spotprent-tranquilidad

Spotprent over la Tranquilitad verschenen in de Catalaanse pers. Cursief onderschrift: “En als we nu eens een vergadering hielden die niet clandestien is?

Zelden was een naam zo weinig toepasselijk. Gangsters, politiespionnen en anarchisten buitelden in de tent over elkaar heen. Pistolen van het merk Star waren er te koop voor 45 peseta´s en desgewenst te huur, voor één peseta per week. Befaamd waren de eigen loterijen van de kroeg. Vaste hoofdprijs: een Star.

Gangsters, politiespionnen en anarchisten buitelden in La Tranquilidad over elkaar heen

Zo’n kroeg dus. Op een dag, zo wil het verhaal, kwam een bedelaar de zaak binnen. Beschroomd naderde hij de tafel van Durruti. Voor één keer werd het doodstil in La Tranquilidad. Durruti staarde de man secondenlang intens in de ogen, trok vervolgens zijn revolver en gooide deze met een klap op tafel. “Hier, neem mijn revolver en beroof een bank!”

Honderdduizenden rouwenden
Of het pistool in kwestie een Star was, we zullen het nooit weten. En de oorzaak van Durruti’s dood zal ook altijd wel duister blijven. Vaststaat dat zijn lichaam op 22 november naar Barcelona werd overgebracht. Daar werd het tot de volgende ochtend opgebaard in het CNT-hoofdkwartier aan de Via Laietana 32 – tot de burgeroorlog domicilie van de Catalaanse werkgeversorganisatie.

laaste-groet-ramblas-durruti-internationale-brigades

Laatste groet aan Durruti. Leden van de Internationale Brigades op de Ramblas.

De begrafenis de volgende dag was misschien wel de grootste ooit in Barcelona, met honderdduizenden rouwenden in de stoet, langs de route, op daken, balkons en in bomen. Iedereen kwam, niet alleen de anarchisten.

la-vanguardia-22-november-1936

‘Een echte held: Buenaventura Durutti’ Voorpagina van La Vanguardia, 22-11-1936.

Ook de communisten die beweerden – nogal ongeloofwaardig – dat Durruti op het punt had gestaan zich bij hen aan te sluiten. Liberale republikeinen, de Catalanisten, en niet te vergeten ‘gewone’ Barcelonezen, allemaal wilden ze een stuk van hem.

 CNT-FAI opnamen van Durruti’s begrafenis. Engelstalig (met Duits accent):

naamverandering-van-via-laetiana

Via Laietana wordt Via Durruti.

Een land in oorlog heeft idolen nodig. Durruti was een held geworden voor een groot deel van de bevolking van Revolutionair – en ook Republikeins – Spanje, en zijn dood werd gezien als een zware klap voor hun zaak.
De dag van de begrafenis werd de naam van de Via Laietana veranderd in Via Durruti. Ruim twee jaar later namen Franco’s troepen Barcelona in en kreeg de straat weer haar oude naam, maar nu geschreven in het Spaans: Vía Layetana.

 

Auteur Pedro de Paz, auteur van de roman El hombre que mató a Durruti (De man die Durruti doodde) bespreekt de verschillende theorieën rond de dood van Durruti (Spaanstalig):

Guardar

Guardar

Sant Joan in Barcelona is een vlammend feest

Barcelona Revisited

Sant Joan vuur

Het vuur reinigt je zondige ziel, het water geneest je kwalen en de kruiden schenken je kracht.

Genoeg redenen voor een land in crisis om het feest van Sant Joan uitbundig te vieren. Niet dat de Barcelonezen een excuus nodig hebben: het feest is traditioneel een van de meest populaire fiestas van de stad.

En dan hebben we het vooral over de verbena, de nacht voorafgaand aan de dag van Sant Joan (24 juni). Veel Barcelonezen brengen die door op en rond het strand van de stad. Eten, drinken, dansen en rond middernacht een louterende duik in de zee.

Vuurvreters kunnen hun hart ophalen bij de fogueres (vreugdevuren), waarbij de brand gaat in oude meubels en ander houtafval. De vuren zijn de laatste decennia wel iets minder populair. Tot dertig jaar geleden had op 23 juni bijna elk plein en elke kruising in Barcelona wel een foguera. De…

View original post 1,217 more words

De eerste metro van het Iberisch Schiereiland

Mina-grott1

Eind negentiende eeuw ontdekte de gegoede burgerij van Barcelona de eigen ‘bergen’. Een (zondag)je Montjuïc of Serra de Collserola werd in volgende decennia vaste prik, al beperkte een bezoek aan Collserola zich grotendeels tot de berg Tibidabo, dankzij de Funicular die daar vanaf 1901 liep. De bossen van westelijk Collserola waren slechts bereikbaar voor de echte avonturiers.

Mina-grott2

Het waterreservoir van Vallvidrera ( 1865). De architect was Elies Rogent, bekend van de universiteitsgebouw aan het Plaça de Universitat in Barcelona.

 

Mina Grott
Dus kwamen er plannen. Ambitieuze, zoals het doortrekken van de trein naar Sarrià naar Les Planes, want dat betekende het boren van tunnels dwars door de Collserola-heuvels. En een misschien niet minder groots, maar wel slim plan, want de benodigde tunnel was er al.

Eerst de tunnel. De Mina Grott was de naam, het ding was 1290 meter lang en ooit gemaakt om water te vervoeren van het reservoir van Vallvidrera naar Sarrià, op dat moment nog een zelfstandige gemeente.
Dat ging jaren goed, maar uiteindelijk ging de onderneming toch failliet en lag die tunnel er maar.

Lake Walley Park
Dan het plan. Enter de jonge ondernemer Heribert Alemany Escardó en zijn pretpark in de buurt van het waterreservoir van Vallvidrera.

Mina-grott3

‘Lake Valley Bar’ staat er heel optimistisch op het huis achter op de foto. Vanuit dit neogotische Casa del Guarda (Wachtershuis), ook een bedenksel van Elies Rogent, werd het waterniveau van het reservoir in de gaten gehouden.

Lake Valley Park moest het heel Engels gaan heten. Het park, compleet met achtbaan, moest de concurrentie aangaan met het attractiepark op de Tibidabo. De infrastructuur voor het vervoer van de bezoekers uit Barcelona was er al: Mina Grott.

Carnavalesk spektakel
En zo was de eerste metro van het Iberisch schiereiland  op 13 juni 1908 een feit. Een elektrisch mini-treintje – heel origineel de Mina Grott gedoopt – met plaats voor slechts 32 passagiers, dat zich door de tunnel voortbewoog op een spoortje van slechts 60 cm breed. Die tunnel zelf werd verlicht werd door 80 bontgekleurde lampen. Een carnavalesk spektakel was het, een attractie op zich.

Mina-grott4

Het station bij de Peu de Funicular.

‘Mina’ sloeg dan ook in als een bom. De eerste anderhalve maand had zij 32.000 passagiers, die genoten van het zes minuten durende ritje van (een niet meer bestaand) ‘station’ bij de Peu de Funicular tot de uitgang vlakbij het reservoir van Valldidrera, waar overigens van een pretpark nog geen sprake was – en nooit zou zijn.

Mina-grott5

Het ‘station’ boven, luttele meters van het waterreservoir.

Succes bracht jaloezie. De directeur van de Funicular van Vallvidrera  ,de leiding van het Tibidabo-pretpark, de mannen van de Sarrià-Les Planes-lijn… allemaal hadden ze wel een reden om zich groen en geel te ergeren aan het succes van de kleine Mina.

Gekissebis
Een lange strijd volgde, met bureaucratisch gekissebis over bijvoorbeeld de vraag of de Mina Grott nu een openbaar vervoermiddel was of een toeristische attractie, en een voorspelbaar resultaat: het lijntje ging dicht voor het algemene publiek.

‘Mina’ sloeg in als een bom. De eerste anderhalve maand had zij 32.000 passagiers

Het treintje werd nog wel enige tijd, oh wrange ironie, gebruikt voor het transporteren van arbeiders en materiaal, nodig voor de aanleg van de Sarrià-Les Planes route. Die lijn werd ingewijd op 28 november 1916. De dag daarna kwam aan het Mina Grott spoor voorgoed een einde.

Mina-grott6

Tunnelaanleg voor de verbinding van Sarrià met Les Planes.

De tunnel werd in de jaren daarna vergeten, tot de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). De Republikeinse troepen gebruikten de tunnel voor munitietransport en ook als opslagplaats van oorlogsmateriaal.

Mina-grott8

Het Mina Grott station nu, nog altijd niet toegankelijk voor het publiek.

Tegenwoordig lopen er weer waterleidingen door. Alleen gaat het water dit keer niet naar Barcelona, maar in omgekeerde richting, naar Sant Cugat en Sabadell.

Mina-grott7

Ook het Wachterhuis staat er nog altijd mooi roze te zijn.

De wraak van Petrus de Martelaar

Sant Pere 8Geen mooiere plek voor een hermitage dan de Puig d’Ossa, een heuvel op de zuid-westelijke punt van de Serra de Collserola, daar waar de gemeenten Esplugues de Llobregat en Sant Just Devern samenkomen. Eenzaam en hoog (364 meter), met uitzicht naar alle kanten en toch vlakbij Barcelona.

Zoiets moeten de Dominicanen van het Santa Catarina convent in Barcelona hebben gedacht, toen ze op deze heuvel begin zeventiende eeuw een kluizenaarshut bouwden, gewijd aan de Italiaanse heilige Petrus van Verona, ook wel de Martelaar genoemd.

Sant Pere 2

Aan de horizon de communicatietoren van Sant Pere Màrtir, gebouwd in 1958 voor Radio Televisión Española. Nu in gebruik door Telefónica en een paar lokale radiostations.

 

Spaanse burgeroorlog
Maar ook militairen zijn dol op plekken met uitmuntende ‘uitkijkkwaliteit’.  Aan de achterkant van de heuvel, nu bekend als de Sant Pere Màrtir, vind je nog de betonnen platformen waarop tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) het afweergeschut stond. Erg effectief was het geschut niet. De slechts drie kanonnen konden weinig uitrichten tegen de vele  bommenwerpers van Mussolini, Hitler en Franco himself.

Sant Pere 7

Sporen van de Spaanse Burgeroorlog.

Oorlog van de Maaiers
De oorlogsgeschiedenis van de Sant Pere heuvel gaat echter veel verder terug. Luttele jaren na de bouw werd de kluizenaarshut in 1642 versterkt tot een echte vesting. Dat gebeurde tijdens de Oorlog van de Maaiers (1640-1659), waarin de Catalanen het met Franse steun opnamen tegen Spanje. Het einde van het verhaal was echter dat Catalonië een deel van haar grondgebied definitief kwijtraakte aan de noordelijke bondgenoot. Een gegeven waar radicale Catalaanse nationalisten –zij die streven naar de hereniging van de Països Catalans – het nog steeds moeilijk mee hebben.

 

Tachtig soldaten worden verpletterd of komen om in de vlammen

 

Sant Pere 4

Nog steeds staat er een uitkijktoren op de heuvel; voor het signaleren van bosbranden.

Wraak
Kennelijk zat het Franse verraad Petrus van Verona ook niet lekker. Veler jaren later nam hij wraak. Of waren het gewoon de weergoden?

Het is 24 september 1808. De troepen van Napoleon bezitten sinds kort Barcelona. De ermita dient als kwartier voor Italiaanse (sic!) soldaten, die onder leiding van een generaal Delivanis voor Napoleon vechten.

Die nacht woedt er een verschrikkelijk noodweer boven Barcelona en de heuvels van Collserola. Bliksemschichten maken slachtoffers. Laag, maar vooral hoog. Het dak van het kwartier wordt getroffen, vliegt in brand en stort naar beneden. Tachtig soldaten worden verpletterd of komen om in de vlammen.

Sant Pere 5

De schamele resten van de ermita.

 

Güell
De ermita was een ruïne. Pogingen om het monument weer op te bouwen, mislukten. Het laatste initiatief dateert van 1926, en stond onder de bezielende leiding van barones Güell. Nu had de familie Güell wel meer pech met bouwprojecten: Park Guëll, bedoeld als woonwijk voor de rijken, is altijd een park gebleven.

%d bloggers like this: