De kathedraal van de zee

Beginnen als havensjouwer en eindigen in een paleis, zoals de hoofdpersoon in Ildefonso Falcones’ succesroman De kathedraal van de zee? Het was misschien niet onmogelijk, maar erg waarschijnlijk was deze carrière in de standenmaatschappij van middeleeuws Barcelona niet. Bovendien leed de stad onder hongersnoden, oorlogen en talrijke pestepidemieën. Toch verrees in diezelfde veertiende eeuw de mooiste kerk van Barcelona.

Deel twee van een historische wandeling door de Barrio Gótico in het voetspoor van Arnau Estanyol. Het eerste deel vind je in onze stadsgids Barcelona voor gevorderden. Beide wandelingen kun je los van elkaar lopen, zonder de roman van Falcones gelezen te hebben.

Het verhaal

Arnau was drieënzestig, hij was moe en hij steunde op zijn zoon. Bernat kneep liefdevol in zijn vaders arm. Wijzend naar het hoofdaltaar vroeg Arnau hem zijn oor naar zijn lippen te brengen. “Zie je haar glimlachen, jongen?”  vroeg hij.

Beeld twee kader verhaal
Het is 1321. De Catalaanse boer Bernat Estanyol ontvlucht samen met zijn baby Arnau zijn bestaan als horige op het platteland. De wet bepaalt dat wie een jaar en een dag in Barcelona heeft gewoond vrij man is. Vader en zoon slagen in hun opzet, maar Bernats leven eindigt al snel aan de galg. Arnau’s verhaal speelt zich vervolgens af rond de Santa Maria del Mar. Hij sjouwt stenen voor de bouw van de Santa Maria, en maakt in haar schaduw carrière als geldwisselaar, Consul van de Zee en zeeverzekeraar.
Tussendoor trekt hij ten strijde voor koning Pere, behoedt Barcelona met een list voor verovering door Castilië, verliest zijn eerste vrouw Maria aan de pest en ontsnapt ook nog eens uit de klauwen van de inquisitie.
Geen wonder dat Arnau in 1384, wanneer de Santa Maria del Mar wordt ingewijd, aan het einde van zijn krachten is. Een spannend verhaal, waardoor de lezer bovendien van alles te weten komt over de zeden en gewoonten van het 14e eeuwse Barcelona.
beeld verhaalkaderIldefonso Falcones (2007). De kathedraal van de zee.
Sijthoff. ISBN 978-9021803098.

Barcelona, 14de eeuw.

Barcelona, 14de eeuw.

 Klik hier voor de route van deze wandeling op Google Maps.

‘Zie je die steen in het midden van het plein?’ en Arnau keek naar de plek die zijn vader hem aanwees. ‘Nou, die steen betekent dat de stad vanaf dat punt in vieren is verdeeld: het kwartier van de Zee, van de Framenors, van Pi en van de Salada of Sant Pere.’

Geen mooier begin van onze wandeling dan het middeleeuwse hart van Barcelona, het Plaça del Blat. (De huidige naam, Plaça de l’Angel, verwijst naar het wonder dat hier in juli 1339 zou hebben plaatsgevonden.)

Placa de AngelvanuitHotelSuizo2

Het Plaça d’ Angel gezien vanaf hotel Suizo, vlak voor de aanleg van de Via Laietana,die begon in 1908.

Het plein was ook het culinaire centrum van de stad. Hier kochten de Barcelonezen het graan (blat) voor hun dagelijkse hoofdvoedsel, brood. De graanmarkt zat vanaf de 12e eeuw net buiten de Romeinse stadsmuren, voor de belangrijkste van de vier stadspoorten, de Porto Principalis Sinistra, waar de uitvalswegen begonnen naar zee en de Pyreneeën.
In de Middeleeuwen bouwde het stadsbestuur (de Consell de Cent, Raad van Honderd)  de Romeinse stadspoorten om tot bastions die werden aangeduid als ‘kastelen’. De Porta Principalis Sinistra werd het Castell Vell (het Oude Kasteel), eigendom van de ondergraven (vescontes) van de stad. Vanaf de 12e eeuw woonde de veguer er, de vertegenwoordiger van de koning in de stad, die er ook rechtsprak.

Placa d'Angel met gevangenis

Het Castell Vell (centrum) en de gevangenis (rechts).

Pal tegenover het Castell Vell – en tot 1823 met een boog over de straat daarmee verbonden – bevond zich vanaf eind 12e eeuw de gevangenis. Een deprimerend oord, zo blijkt uit een brief van koning Pere de Plechtige. In het schrijven maant Pere de officier van justitie om haast te maken met het proces van een bevriende edelman die in het gevang zat, op beschuldiging van moord. Putrefactio multa sit, es est domus ruinosa, ut dicitur, et malis odoris, schreef Pere, Het gebouw was een bouwval, vol met rotzooi en het stonk er.
De straat van de gevangenis had een logische naam: Baixada de la Presó, de Afdaling van de Gevangenis. De gevangenis verhuisde in 1839 naar de Carrer Reina Amàlia, het gebouw verdween in 1911 (vanwege de aanleg van de Via Laietana) maar pas vanaf 1958 heette de straat Baixada de Llibreteria – en dan nog op uitdrukkelijk verzoek van de bewoners.

 

48 Boekverkopers
De nieuwe naam kwam niet uit de lucht vallen. Al in 1540 stond de straat bekend als de straat van de llibreters, de boekverkopers. Het hoogtepunt kwam in de 18e eeuw, toen de straat maar liefst 48 boekhandelaren telde.  Voordat de boeken hier zegevierden, was dit vooral de straat van de especiers, een beroep dat het midden hield tussen drogist en apotheker. De especiers bereidden en verkochten medicijnen, maar ook specerijen, kruiden, snoep, kaarsen, gedroogd fruit en parfums. In de tijd van Arnau Estanyol had op nummer 5 (nu een supermarkt met een oosters tintje) de especier Frances Ses Canez zijn bedrijf. Twee leerlingen en een slaaf stonden de kinderloze Frances bij.

We slaan rechtsaf de Carrer del Veguer in, en lopen naar het Plaça del Rei,  de plaats waar de koningen van de Kroon van Aragón woonden, wanneer ze in Barcelona waren. Het oorspronkelijke paleis zou eind 10e, begin 11e de eeuw zijn gebouwd op de plek waar begin 5e eeuw de visgotische koning Ataulf zijn optrekje moet hebben gehad. Maar de belangrijkste toevoegingen dateren uit de 14e eeuw, de eeuw van Arnau Estanyol.

De volgende dag zou hij [Arnau, AvdN] trouwen. In de koninklijke kapel van de Heilige Agatha. ‘Dat is een kleine kapel’, had Joan hem verteld, ‘in het begin van de eeuw gebouwd door Jaume II, op aanwijzing van zijn vrouw, Blanca de Anjou, en gewijd aan de relieken van de Passie van Christus, met als de Sainte Chapelle in Parijs, waar de koningin vandaan kwam.

De kapel van de Heilige Agatha.

Koningin Blanca zelf heeft weinig aan de kapel gehad. Ze stierf al op 13 oktober 1310, slechts 27 jaar oud en twee dagen na het baren van haar tiende (!) kind. ‘Na ernstige pijnen die zij moest lijden, ten gevolge van de baring’, weten we dankzij een door echtgenoot Jaume geschreven kaart. Een beetje naïef was Jaume wel. Hij trouwde immers met Blanca toen zij twaalf jaar oud was. En een jaar later al baarde zij haar eerste kind.

 Jaume trouwde met Blanca toen zij twaalf jaar oud was. Een jaar later  baarde zij haar eerste kind

De Capilla de las Reinas

De Capilla de las Reinas.

Na Blanca´s dood werd aan de kerkzaal vrolijk doorgewerkt. Pere de Plechtige gunde er twee van zijn vrouwen een eigen kapelletje,  de Capilla de las Reinas. Die reinas (koninginnen) waren Pere’s eerste en derde vrouw,  María de Navarra (1326-1347) en Eleonora van Sicilië (1325-1379). Kennelijk was hij te kort getrouwd geweest met nummer twee,  Eleonora van Portugal (1328-1348). Het stel was nog geen jaar samen, toen Eleonora slachtoffer werd van de pest die door Europa waarde.

De Zwarte Dood

Eleonora stierf in Teruel, op 29 oktober 1348. In april van dat jaar had de Zwarte Dood Barcelona bereikt, na kort daarvoor in Italië zijn macabere triomftocht te zijn begonnen. De schattingen zijn ruw, maar in minder dan vijf jaar tijd moet een derde van de Europese bevolking zijn gestorven – tussen de 25 en 50 miljoen inwoners. In Barcelona werden in 1370 6668 families geteld, hooguit 30.000 zielen. Veertig jaar eerder had de stad nog 48.000 inwoners.

Pest1

Met zijn hand zocht hij de kin van zijn vrouw. Dat kon niet! Niet zij! Maria keek met glazige ogen op. Ze transpireerde en haar gezicht was rood. Arnau probeerde haar hoofd verder op te tillen om haar hals te kunnen zien, maar haar gezicht trok van de pijn.
‘Niet jij!’ riep Arnau uit

De Zwarte Dood discrimineert niet. Arm en rijk zijn even welkom in zijn klauwen. Maria, de eenvoudige vrouw van bastaix Arnau Estanyol; vier van de vijf consellers (raadslieden) van de stad; Bernat Llull, aartsdeken van de Santa Maria del Mar. Koning Pere, op dat moment 29 en als baby volgens diens eigen Crónica nauwelijks levensvatbaar, krijgt de pest niet te pakken.

Toch slaapt de bijgelovige Pere na de komst van de Zwarte Dood onrustig. Meer dan ooit vertrouwt hij op Hogere Krachten. Astrologen moeten hem dan ook vertellen wat het ideale moment is voor de eerste steenlegging van de Salo del Tinell (gebouwd tussen 1359-1362) in het koninklijk paleis. Eenmaal af deed de ruimte dienst als banketzaal, mortuarium voor overleden vorsten en, soms, als vergaderzaal voor de Cortes, het Catalaanse parlement.

Salo del Tinell binnenkant circa 1920

De Saló del Tinell als kerk. De foto dateert van 1920.

Verborgen bestaan
De majestueuze gotische zaal, waar ruim een eeuw later Columbus verslag uitbracht (althans, dat wil de legende) over van zijn eerste Amerika-reis, leidde lange tijd een verborgen bestaan. Eigenlijk kwam dat door Filips V. Na diens verovering van Barcelona in 1714 moesten de nonnen van het Santa Clara klooster aan de rand van de stad wijken voor de bouw van de Ciutadella.

Na wat vertraging kregen de nonnen in 1718 het Palau de Lloctinent aan het Plaça del Rei als nieuw convent. In 1720 kwam daar de Saló de Tinell bij, dat de Clarissen verbouwden tot kerk. Na het verlies van het Palau de Lloctinent (dat in 1872 het archief werd van de Kroon van Aragón) bouwden de dames vrolijk verder op het dak van de Saló del Tinell. De imposante bogen van de zaal zijn in hun volle glorie pas weer zichtbaar vanaf de Revolutie van 1936, toen de nonnen uit het klooster werden gezet en de barokke kerk werd ontmanteld.

Het Plaça del Rei begin vorige eeuw, toen nog het Santa Clara-convent. De opbouw op de Saló del Tinell werd pas in 1956 afgebroken. De gevel, entree en lobby werden toen ook ‘verbouwd’. De deur van het Santa Clara-convent is nu de ingang van het Museum Marès). De aan Hercules [link] toegeschreven zuil, die daar vanaf rond 1879 stond, verhuisde in 1956 naar zijn oorspronkelijke plek, de Tempel van Augustus in de Carrer del Paradís

Het Plaça del Rei begin vorige eeuw, met het Santa Clara-convent. De opbouw op de Saló del Tinell verdween pas in 1956. Ook de gevel, entree en lobby werden toen ‘verbouwd’. De deur van het Santa Clara-convent is nu de ingang van het Museum Frederic Marès. De aan Hercules toegeschreven zuil, die vanaf 1879 op het plein stond, verhuisde in 1956 naar zijn oorspronkelijke plek, de Tempel van Augustus in de Carrer del Paradís

 

We lopen verder, de Baixada de Santa Clara inde naam verwijst uiteraard naar het convent. Maar kijk nog even om, naar het grote raam recht achter je. Hier op de oude Romeinse stadsmuur zou ooit de kleinste woning van Barcelona hebben gestaan: het huis van de beul.
Volg de Baixada de Santa Clara en de Carrer de la Pietat en sla dan linksaf, de Carrer del Paradís in.
Aan het eind van het eerste stuk markeert een grote molensteen voor het gebouw van het Centro Excursionista de Cataluña de top (16,9 meter boven de zeespiegel) van de Mont Taber, centrum van het oude Barcino. Arnau Estanyol en zijn stiefbroer Joan stuitten hier op de anno nu nog altijd aanwezige Romeinse zuilen.

Vanaf de 11de eeuw noemden de Barcelonezen de Romeinse zuilen het Wonder

Die 14ee eeuwse jongens hadden geen idee van wat ze zagen. Al vanaf de 11e eeuw noemden de Barcelonezen de zuilen el Miraculum (het Wonder). In de eeuwen daarna werd er druk gespeculeerd: waren de zuilen de resten van een tempel, of van een of ander monument? Een deel van een aquaduct? Of had Hercules, de legendarische stichter van de stad, bovenop de zuilen misschien een lusthof gebouwd (vandaar de naam van de straat, Carrer del Paradís)?

Tegenwoordig weten we nog niet alles. Dat het gaat om een Romeinse tempel is sinds 1835 duidelijk, dankzij de architect Antoni Celles. De plek waarop de tempel stond was het forum, het openbare plein dat in Romeinse steden als machtscentrum fungeerde. Dat van Barcelona was noord-zuid georiënteerd en doorsneed de Decumanus Maximus, de oost-west gerichte hoofdweg van de stad.

Augustus gravure 1837

Gravure van de Tempel van Augustus van Francesc Xavier Parcerisa, 1837.

Aldus Celles, wiens bevindingen begin 20ste eeuw naadloos werden overgenomen door de Catalaanse held Josep Puig i Cadalfach. Waarmee de zaak voorgoed verklaard leek. Totdat in 2014 twee Catalaanse wetenschappers, met een andere hypothese kwamen en forum plus tempel een draai van 90 graden lieten maken:

Forum hypothese 2014

De nieuwe hypothese. In grijs en rood resp. het ‘oude’ en ‘nieuwe’ forum met daarop de Tempel van Augustus.

Tja, wanneer het om tempels en zuilen ging, zat cultuurhistoricus, architect en politicus Puig i Cadalfach er wel meer naast.

Het Catalaanse forum

We laten de wetenschappers met hun hypotheses achter ons en volgen Arnau en Joan naar wat de Catalaanse versie is van het forum, het Plaça de Sant Jaume.

‘… en daar zagen ze een klein gebouwtje dat er anders uitzag dan de rest, met een rijk bewerkt portaal, waar een kleine trap naar toe leidde. Ze bedachten zich geen moment. Vliegensvlug gingen ze naar binnen. Het was er donker en fris, maar nog voor hun ogen aan het halfdonker hadden kunnen wennen, werden ze door een paar stevige handen bij de schouders gepakt, en even snel als ze binnengekomen waren werden ze er weer uitgegooid.
‘Ik ben het zat om steeds te zeggen dat ik geen pottenkijkers wil in de kerk van Sant Jaume.

Inderdaad, het plein dankt zijn naam niet aan de Jaume de Veroveraar. Die eer komt toe aan de kerk van de heilige Jacobus, die hier in 1075 was gebouwd. De kerk werd in 1822 afgebroken en stadhuis en plein werden groter gemaakt.

Placa de Sant Jaume3

Het Plaça de Sant Jaume voor de opening van de as Princesa- Jaume 1- Ferran. Het stadhuis was tegen de Jacobus-kerk aangebouwd. Op het plein stonden ook de pastorie en het huis van de Veguer, waar een waterbron was. Tussen kerk en het Palau de Generalitat was plaats voor een overdekte veranda en het kerkhof. Iets verderop stond een kerk die ook wordt genoemd in De kathedraal van de zee: de kerk van Sant Miquel.

Plaça Sant Jaume19d eeuwvolgens de beschrijving van Alexandre de Laborde, 1806-1820

Het Plaça de Sant Jaume begin 19e eeuw.

De huidige neo-klassieke voorgevel van het gebouw dateert van tussen 1831 en 1847 en is van Josep Mas i Villa.  Maar natuurlijk ontbreekt een beeld van de Veroveraar (links) niet. Hij is immers de grondlegger van het stadsbestuur, de Raad van Honderd (Consell de Cent), die hier vanaf 1373 zijn vaste vergaderplek had, in de vorm van de Saló de Cent.  Latere koningen hadden weleens moeite met de macht van het stadbestuur, maar daar wisten mannen als Joan Fiveller  – het beeld rechts – wel raad mee.

Salo de Cent

De Saló de Cent, gebouwd tussen 1369 en 1373 door Pere Llobet.

Van iets latere datum is het regeringspaleis aan de overkant van het plein, het Palau de la Generalitat. De bouw daarvan begon in 1401 (de huidige omvang werd bereikt in 1640), op een plek die kort daarvoor nog behoorde tot de joodse wijk, de Call. Hier stond aan een doodlopende steeg de Xica-synogoge (nu locatie van de kapel van Sant Jordi in het paleis), en ook het huis van de joodse dichter Moixé Natan (1290-1360).

Xica synagoge

Resten van de Xica-synagoge in het Palau de la Generalitat.

Vlakbij liep de Carrer de la Font, genoemd naar de waterput die koning Pere in 1357 in een zijsteeg (nu deel van het paleis) liet slaan. De put was bestemd voor de joden, maar bevond zich, héél gemeen, in een kapel gewijd aan een christelijke heilige, Honoratus van Arles.

De waterplaats moest een einde maken van beschuldigingen van christelijke zijde dat de joden het drinkwater vergiftigden. De put bij de Jaume-kerk was voor joden dan ook verboden terrein. Na de bestorming van de Call in 1391 en de daarop volgende vlucht van de joden heette de straat eerst nog Carrer de la Font Sant Honorat, later gewoon Carrer Sant Honorat.

Middeleeuwse graansilo´s

De Call Mayor (de Grotere Call, aan deze kant van de Carrer Ferran) besloeg bijna de hele noordwest kant van Romeins Barcelona. Op de hoek van Carrer de la Fruita en Sant Honorat bouwde in de 4de eeuw een rijke Romein zijn domus (eengezinswoning). Een deel van het peristylium (de met zuilen omgeven centrale tuin) is er nog, evenals een aantal middeleeuwse graansilo’s. De silo’s waren mogelijk onderdeel van een handelshuis, waar kooplieden met hun producten tijdelijk onderdak vonden. Halverwege de  14e eeuw, de tijd van Arnau Estanyol, was de vooraanstaande jood Massot Avengenà een van de eigenaren. Het handelshuis stond aan een pleintje met een opening naar de Carrer Sant Honorat. Casa Morell (Carrer de la Fruita 2), het huis uit 1851 waarin je de Romeinse en middeleeuwse resten vindt,  is beperkt toegankelijk. Meer info hier.

Call kaart

De Call, de joodse wijk van Barcelona.

Heel Barcelona liep te hoop bij de Jodenbuurt en omsingelde de half ommuurde wijk aan vier kanten. Sommigen stelden zich op in het noorden, naast het bisschoppelijk paleis, anderen in het westen, tegenover de oude Romeinse muren, weer anderen gingen in de carrer del Bisbe staan, die de oostelijke begrenzing van de Jodenwijk vormde. Maar de meesten, onder wie de groep die Arnau volgde, stelden zich op in het zuiden, in de carrer de la Boqueria tegenover het Castell Nou, waar zich de toegang tot de wijk bevond.

Loop via de Carrrer del Call naar de  ‘crossoads’ van de Call, de kruising van Carrer del Call, Carrer d’Avinyó, Carrer de la Boqueria en Carrer dels Banys Nous. Hier ongeveer stond ooit het Castell Nou (uit 1021). Net als het Castell Vell was het eigenlijk een versterking boven de Romeinse stadspoort.  In de Middeleeuwen was deze poort een van ingangen van de Call. Tijdens de bestorming van 1391 raakte het kasteel zwaar beschadigd. Korte tijd nog deed het dienst als gevangenis, voordat het in 1428 gedeeltelijk werd afgebroken. De (bijna, zie foto hieronder) laatste resten verdwenen echter pas veel later, in 1848, met de aanleg van de Carrer Ferran.

Castell Nou

Carrer de Call 5, een 13de eeuws huis met in de gevel resten van Castell Nou.

In het Barcino van het begin van onze jaartelling woonden al joden. En in het Barcelona dat moslim-koning koning Almanzor in 985 verwoestte vormden de joden zelfs een grote gemeenschap. Christenen en joden leefden in vrede samen. Soms dreven ze zelfs gezamenlijk een onderneming. Onder de vorsten van Aragón bekleedden joden belangrijke functies als baljuw, belastingambtenaar en ambassadeurs. Zelfs de zorg voor de koninklijke leeuwen was in joodse handen. De joden stonden onder rechtstreekse bescherming van de koning, in ruil voor het verplicht spekken van zijn schatkist.  Want naast gewone belasting moesten de joden extra betalen, zowel in tijden van oorlog (de kostbare veldtochten), als van vrede (kroningsfeesten).

Jodenhaat

In de late Middeleeuwen groeit de jodenhaat in Christelijk Europa. Het Vierde Lateraans Concilie (1215)  verplicht de joden tot het dragen van een gele badge.  De rente op door hen verstrekte leningen wordt aan een maximum verbonden.  En functies die van christenen hun ondergeschikten maakten zijn voor joden niet langer toegankelijk.

In Barcelona komt van de meeste maatregelen aanvankelijk weinig terecht, vooral door de onwillige vorsten.  Zelfs de druk van de recent ontstane kloosterorden  (Franciscanen en Dominicanen) verandert daar weinig aan.

De bevolking zelf heeft minder scrupules. In 1291 en 1292 zijn er al rellen in de Call. In 1348 doet de pest de rest. Dat de Zwarte Dood een straf van God is, staat voor de meeste mensen vast. In heel Europa proberen rondtrekkende flagellanten door zelfkastijding de Allerhoogste milder te stemmen. Ondertussen vermoorden ze duizenden joden. Het joodse volk is immers verantwoordelijk voor de moord op Gods zoon, ongetwijfeld een belangrijke reden voor Diens toorn.

Half mei 1348 is Barcelona aan de beurt en bestormen Barcelonezen en flagellanten de Call. Koning Pere heeft op dat moment maar weinig soldaten in de stad. Pere zelf zit op dat moment gevangen in het opstandige Valencia.

flagellanten

Rondtrekkende flagelanten

Honderden joden worden mishandeld, twintig van hen vermoord. De heethoofden vernietigen ook tientallen schuldbekentenissen van christenen aan joodse geldleners. (Vandaar dat historici zich tegenwoordig afvragen of die bestorming wel zo spontaan was.)

Na zijn ontsnapping uit Valencia laat Pere de aanstichters van de bestorming alsnog gevangen zetten – bang als hij is de joden, die hij liefkozend ‘mijn schatkamer´ noemt, kwijt te raken. In 1391 gebeurt dat alsnog, al is Pere zelf dan al overleden. Een nieuwe golf van jodenhaat overspoelt het Iberische schiereiland. Belangrijkste aanstichter is Fernando Martínez, aartsdiaken van het dorp Écija in Andalusië. In zijn demagogische donderpreken houdt hij de joden verantwoordelijk voor zo´n beetje al het kwaad in de wereld.

In de Barcelonese Call worden driehonderd joden vermoord, de meeste anderen vluchten

In de Barcelonese Call worden driehonderd joden vermoord, de meeste anderen vluchten. Een aantal achterblijvers bekeert zich tot het christendom. Ze gaan wonen in de buurt van de synagoge van de Call Menor. De synagoge wordt in 1395 verbouwd tot een Trinitariër-kerk. Het kan verkeren: die Call Manor (‘de Kleinere Call’; vijf huizenblokken, een synagoge en een plein) was vanaf 1257 gebouwd voor de uit Frankrijk verbannen stroom joodse vluchtelingen.
In de 16e eeuw wordt de kerk een klooster, in de 19e eeuw weer kerk. De naam (en een deel van voorgevel) werd ´geërfd` van het in 1822 afgebroken godshuis even verderop: Sant Jaume.

Rituele baden
Bij het vroegere Castell Nou begint de Carrer dels Banys Nous, de Straat van de Nieuwe Baden. De naam komt van de baden die ooit zaten onder het eerste huis links (het huidige pand is van 1716), op de hoek met Carrer del Boqueria. Deze plek was rijk aan water, dat met een molen werd opgepompt. Eigenaar was graaf Ramon Berenquer IV. Voor de graaf bouwde de jood Abraham Bonastruc  hier in 1160 de baden.

Twee derde van de opbrengst was voor de graaf, een derde voor Bonastruc. Vanaf eind 12e eeuw waren de uitbaters christenen. Op vaste dagen gebruikten de joden de Banys Nous als ritueel bad, miqwé of migvé.
Begin 17de eeuw al was de herkomst van de baden duister en werden ze om hun oriëntaalse uiterlijk Banys Ârabs genoemd.

Banys Nous tekening A. de Laborde

De Banys Nous volgens een beschrijving uit de 19de eeuw.

Chroniqueur Isodor Bosarte bezocht de baden in 1786. Dankzij hem weten we dat het ging om een ondergrondse ruimte, waarvan het koepelvormige plafond rustte op twaalf marmeren zuilen. Het marmer deed Bosarte meer aan Geneve denken dan aan Catalonië, “want het was erg wit”.

De baden werden uiteindelijk in 1834 afgebroken. Veel van het marmer verdween naar de Betlem-kerk aan de Ramblas.

Iets verderop vind je nog de resten van twee andere joodse baden, al twijfelen wetenschappers aan de echtheid. Eerst is er het bad in  Carrer dels Banys Nous 10, in meubelzaak S’Oliver. Dit badhuis bevond zich dus binnen de Romeinse muren van de stad en was alleen bestemd voor mannen.

Vrouwen konden iets verderop terecht in de Carrer de La Palla, aan de rand van de Call. Op nummer 8 zit Cafetería Caelum. De theesalon op de benedenverdieping (alleen ´s middag geopend) zou een mikvé voor vrouwen zijn geweest. Ook in Caelum winnen de christenen: de zaal is gespecialiseerd in zoetigheden gemaakt door monniken uit Spaanse kloosters.

We wandelen richting Plaça Nova. Onderweg passeren we aan de rechterhand de Baixada de Santa Eulalia met in het verlengde daarvan de Carrer de Sant Sever. In de Middeleeuwen vormden beide straten de Volta del Call, gelegen tussen de grond van het bisdom (nu onder meer het Plaça de Sant Felip Neri) en de Romeinse muur. De doorgang naar Carrer de la Palla dateert van eind 14de eeuw.

Slavenmarkt

Plaça Nova 1355

Een 20ste eeuwse weergave van het Plaça Nova in 1355. Geromantiseerd, de slavenmarkt ontbreekt dan ook.

We arriveren op het Plaça Nova (het Nieuwe Plein). Een vreemde naam voor een plein dat al dateert uit 1348. Zeven jaar later volgde de eerste renovatie en kreeg het plein een eigen slavenmarkt. De middeleeuwse Kerk had geen enkel bezwaar tegende handel in mensen, zolang ze maar niet uit christelijke landen kwamen.

In Catalonië profiteert de Kerk zelfs graag mee. Zo onderhielden slaven de boerderij van het Poblet-klooster. En in 1287 verraste koning Alfons II het klooster van Montserrat met een leuk presentje: elf Saraceense slaven. Maar halverwege de 14e eeuw barst de Catalaanse mensenhandel pas echt goed los. De pesten had jarenlang verschrikkelijk huisgehouden met als gevolg een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten.

 In 1287 verraste koning Alfons II het klooster van Montserrat met een leuk presentje: elf Saraceense slaven

Cana Diestra

De Cana Diestra

Loop even een stukje de Carrer de Bisbe in. Op de hoek met de Carrer de Santa Llucia vinden we op de gevel van de gelijknamige kapel een verticale kolom gelijk aan de lokale lengtemaat, de cana diestra barcelones (12 voet of 1555 millimeter). De Consell de Cent zou de kolom hebben laten aanbrengen om ruzies te voorkomen. Kopers en verkopers konden hier namelijk zelf het formaat van de koopwaar controleren. Ook beschikte de stad tussen 1339-1715 over een officiële nameter, de mosstassaf.
We groeten Sant Roc (Rochus van Montpellier), de 14de eeuwse Franse pestheilige in zijn glazen kastje en lopen via de carrer de les Arcos, naar het eind van Avinguda del Portal de l´Àngel, qua meterprijs Spanje’s duurste winkelstraat. Hier zou een andere heilige genaamd Vincent Ferrer een engel hebben gezien, toen hij in 1398 in Barcelona arriveerde bij de Portal des Orbs (de Poort van de Blinden) . Deze engel bleek wél een goede pestbestrijder. Zij of hij is sindsdien Barcelona’ s beschermengel. Het hele verhaal lees je hier.

Engel aan de gevel van het El Corte Inglés.

Engel aan de gevel van het El Corte Inglés pand op nummer 19.

We staan inmiddels aan de rand van het Plaça de Catalunya. Geen betere plek om terug te keren naar onze eigen eeuw dan dit bruisende plein!

Guardar

2 Comments on “De kathedraal van de zee

  1. Als fanatieke Barcelona-fan en trouwe bezoeker van de Santa Maria del Mar (2 keer het boek gelezen) ben ik erg benieuwd hoe soon soon is.
    Folkert

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s